Foto: Nick Oostendorp

Zwaleman | Luizenmoeder

Luizenmoeder

Het wordt afkicken, na zondag. Tien weken heb ik dan genoten van hilarisch televisiedrama, maar voortaan moet ik het doen zonder juf Ank, directeur Anton, conciërge Volkert, hulpmoeder Nancy en alle papa's en mama's die dagelijks hun kroost naar basisschool De Klimop brengen. Kortom: zondag is de allerlaatste aflevering van De Luizenmoeder.

Ik moet bekennen dat ik met de eerste twee afleveringen best een beetje moeite had. "Dit is wel heel erg over the top", zei ik nog tegen mijn liefste. Die me daarin gelijk gaf, maar een beetje aarzelend. Zij staat net iets vaker dan ik op de schoolpleinen van onze kleinkinderen, vandaar. "Ik herken toch wel het een en ander", zei ze. En dat laatste zeiden ook onze dochters. "Het is allemaal wat aangedikt, maar heel veel van wat in de serie gebeurt berust toch wel op de dagelijkse gang van zaken op een basisschool", verzekerden die me.

Misschien hielp dat me er door, ik weet het niet. Feit is echter wel, dat ik me na de derde aflevering (die van de 'participizza-avond') helemaal gewonnen gaf. Vanaf dat moment leefde ik honderd procent mee.

En dat terwijl ik zelf toch echt niks herkenbaars zie in de serie. Zelfs als maar tien procent van De Luizenmoeder op waarheid berust, moet ik constateren dat er in de afgelopen halve eeuw revolutionaire ontwikkelingen zijn geweest in het schoolwereldje. In de tijd dat ik leerde lezen en schrijven ging het er op school echt heel anders aan toe. Bij ons op de lagere school (zo heette die toen nog) waren er allereerst geen luizenmoeders die de kinderen nakeken op hoofdluis. Voor de controle op de persoonlijke hygiëne hadden we enkel de schoolarts. Of die op je hoofd keek kan ik me niet eens herinneren.

Moeders kwamen trouwens sowieso bijna nooit op school en vaders al helemaal niet. De meesters en juffen konden het werk best zelf aan. En vermoedelijk hadden ze ook helemaal geen behoefte aan ouders die zich met van alles wilden bemoeien.

Ik kan me ook niet herinneren dat wij op basis van onze leesvaardigheid werden benoemd tot zonnetje, maantje of raketje. Wie goed las kreeg een acht, wie er niks van bakte een drie. Van speciaal knuffelen hadden we nog nooit gehoord. En wie jarig was trakteerde op toffees of lollies. Juf kreeg een reep chocolade en meester een sigaar.

Het allergrootste verschil echter zat in het aantal kinderen dat een klaslokaal bevolkte. Onlangs bezocht ik de het museumpje van de historische vereniging in mijn geboorteplaats. Niet zozeer om daar de attributen te bezichtigen die je in elke oudheidkamer in deze streek aantreft, zoals het spinnewiel, de wandkoffiemolen, de Tomado broodtrommel en de kast met rollen linnen. Nee, vanwege een expositie van oude schoolfoto's. Tussen al die zwart-wit afbeeldingen zat geen foto van mijn eigen klas, maar ik kwam wel tal van mij bekende generatiegenoten op de leeftijd van zes, acht, tien of twaalf jaar tegen. Maar wat me op de foto's vooral opviel was de grootte van al die klassen. Veertig tot zelfs achtenveertig kinderen, het was heel gewoon. Kom daar nu eens om. Ik heb geprobeerd de kinderen van groep drie van juf Ank te tellen. Ik kwam op een stuk of twaalf. Met zo'n aantal zou juffrouw Birkenhäger van mijn eerste klas zich stierlijk hebben verveeld.

reageer als eerste
Meer berichten