Uut 't Wald | Moelvechten

Moelvechten

Ik heb het al wel vaker beweerd: het Achterhoeks is een rijke taal. Een taal die veel meer woorden kent dan ons algemeen Nederlands. Neem nou het woord bekvechten. In het Nederlands zijn daar heus wel synoniemen voor en waarschijnlijk kan iedereen er wel een paar bedenken. Redetwisten bijvoorbeeld. Of kibbelen. Maar de Achterhoekers zijn veel vindingrijker. Ook omdat iedere streek, haast ieder dorp, wel zijn 'eigen' woord kent.

Het dichtst bij het woord bekvechten komt moelvechten. Dat zul je overigens alleen in de zuidelijke Achterhoek horen. In de aloude Graafschap, het gebied dus rond Zutphen en Lochem, heeft men het over knibbelen. Maar ook wel over hekkelen. En specifiek in Gorssel en directe omgeving kennen ze het woord hekkebekken.

Egelen of drie-egelen zegt men bijvoorbeeld in Vorden en in Hengelo zit je te prewwelen, als je mondeling onenigheid uitvecht. Veelgehoord in bijvoorbeeld Ruurlo en Doetinchem is het woord eksteren of aeksteren. Wat oudere woorden voor bekvechten zijn praggelen, zanken en prangen.

Gekibbel, onenigheid, twist, er zijn tal van woorden voor. Häökerieje, bijvoorbeeld. Of twiesprake. Maar hoe je het ook noemt, duidelijk is waardoor 't veroorzaakt wordt. Want, zo weet men in de Achterhoek: 'Waor den duvel zelf neet kump, schikt hee 'n old wief'. Het moge duidelijk zijn: waar een oudere vrouw verschijnt komt het gemakkelijk tot onenigheid.
En voor u nu boos reageert: dat is niet wat ik persoonlijk geloof, maar zo luidt nu eenmaal het spreekwoord.

Meer berichten