De te restaureren trapauto, type Vauxhall, met (vlnr) Dick Chargois, Jan Messink, Jesse Jaaltink, Ruben Dey en Tonny te Winkel. Foto: Josée Gruwel
De te restaureren trapauto, type Vauxhall, met (vlnr) Dick Chargois, Jan Messink, Jesse Jaaltink, Ruben Dey en Tonny te Winkel. Foto: Josée Gruwel

Restauratie van Vauxhall trapauto uniek project

DOETINCHEM – Het Openbaar Vervoer & Speelgoed Museum (OVSM) is een uniek project gestart: het restaureren van een in verval geraakte Vauxhall trapauto uit 1930, samen met een professionele restaurateur en leerlingen van de opleiding motorvoertuigen van het Metzo College in Doetinchem. De Doetinchemse Uitdaging ondersteunt het project via het Naoberfonds.

Door Josée Gruwel

Het was Lucien te Brake die bij Dick Chargois, voorzitter van de Stichting OVSM, aanklopte omdat hij via Marktplaats de oude trapauto had ontdekt. Temidden van 47 serieuze bieders slaagde het OVSM erin het speelgoedvoertuig te verwerven. "Ons plan van aanpak met betrekking tot de restauratie gaf de doorslag. De verkopende partij had er vertrouwen in dat de trapauto weer in ere wordt hersteld."
Als Chargois het voertuigje toont, zegt hij: "Bij de eerste aanblik lijkt hij er verschrikkelijk uit te zien, maar de basis is er. Alleen het stuur ontbreekt."

Herkomst
De betreffende trapauto werd net na de Eerste Wereldoorlog gemaakt door de Britse speelgoedfabrikant Lines Bros Ltd, met aan het hoofd drie broers. Op het hoogtepunt van hun roem bezaten ze wereldwijd veertig bedrijven, waaronder Meccano en Dinky. Een van de broers, William Lines, hield zich bezig met de vervaardiging van trapauto's die deels van metaal en deels van hout waren.
De betreffende trapauto is vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse handen gekomen. Het OVSM heeft de wagen in langdurig bruikleen verworven, met de verplichting deze te restaureren. Daarna komt de trapauto in het bezit van het Doetinchemse museum.

Techniekles
Voor de restauratie is de samenwerking aangegaan met gepensioneerd restaurateur Jan Messink en met het Metzo College. Concreet komt het erop neer dat twee leerlingen van de technische opleiding van het vmbo onder leiding van hun docent hun medewerking verlenen en ze hun medestudenten in de techniekles informeren over de voortgang. Ook is er voor de medestudenten de mogelijkheid om het atelier van Jan Messink, waar de restauratie plaatsvindt, regelmatig te bezoeken. De studenten leren onder andere hoe een plan van aanpak bij restaureren werkt, hoe een begroting wordt gemaakt en welke technieken worden toegepast.
Jesse Jaaltink en Ruben Dey zijn de twee studenten van de opleiding motorvoertuigen, met als keuzevak autoschade en spuiten, die concreet aan het werk gaan. "De restauratie past bij deze twee", vertelt docent Tonny te Winkel. De twee moeten over veel geduld beschikken, goed kunnen overleggen en precies kunnen werken. Beiden zien ze het wel zitten. "Een hoop werk, maar met boerenverstand kom je wel ver", aldus Jesse. "Een mooie uitdaging", vult Ruben aan.
Jan Messink, qua restaureren gespecialiseerd op het gebied van hout, vindt de klus ook zeker een uitdaging. "Ongeveer de helft is van hout." Voor hem is een boeiende vraag hoe de uiteindelijke uitstraling van de trapauto wordt: een spiksplinternieuwe of toch een waarbij je kunt zien dat hij oud is.
Caroline Buse, manager bij de Doetinchemse Uitdaging, vindt dat door het project waarbij cultureel erfgoed wordt behouden een mooie verbinding tussen lokale partijen tot stand is gebracht. "Daarbij willen we graag financieel ondersteunen."

Meer berichten