Het pand van Laborijn aan de Terborgseweg in Doetinchem. Foto: Bert Vinkenborg
Het pand van Laborijn aan de Terborgseweg in Doetinchem. Foto: Bert Vinkenborg (Foto: )

Heftige conclusies in rapport over Laborijn

DOETINCHEM - Laborijn scoort over de afgelopen jaren een onvoldoende bij haar klanten. Die zijn angstig door de bejegening door de Laborijn-medewerkers. Een cultuuromslag is nodig bij de organisatie.

Door Bert Vinkenborg

Tijdens een gezamenlijke informatieve bijeenkomst, van de raden van de gemeenten Aalten, Oude IJsselstreek en Doetinchem op woensdag 12 juni samen met bestuur en organisatie van Laborijn, licht Martin Heekelaar van Bureau Berenschot de resultaten toe van het onderzoek dat in opdracht van Laborijn is verricht. Het gaat om de handelwijze van Laborijn tegenover cliënten. Uit angst voor de gevolgen zouden veel mensen zich niet openlijk durven te uiten.

Als knelpunten in de bejegening van klanten noemt Berenschot houding, gedrag, gebrek aan invoelingsvermogen, moeilijk en streng taalgebruik, slordigheden en bureaucratie. De conclusie is dan ook dat Laborijn wat betreft de behandeling van de klanten er niet goed voorstaat en nog veel stappen moet zetten. Een van de eerste stappen moet het opzetten van een programma zijn met als thema 'de klant centraal'.

Conclusies
De belangrijkste conclusie uit het rapport van Berenschot is dat de organisatie Laborijn over de afgelopen drie jaar bij haar klanten een onvoldoende scoort. Het gaat daarbij over huisbezoeken, de taaleis en de discussies over de hoogte en het recht op een bijstandsuitkering. Deze conclusies zijn eenduidig en er zijn duidelijke kritische accenten gezet. De conclusies zijn volgens de voorzitter van het dagelijks bestuur Jorik Huizinga best wel heftig maar dienen samen met de aanbevelingen als nieuw startpunt voor de organisatie.
Huizinga: "Berenschot heeft stevige conclusies getrokken. We hadden deze omvang van de ontevredenheid niet verwacht, evenmin dat deze structureel van aard is." Hij toont zich teleurgesteld dat de menselijke maat onvoldoende verankerd is in de dienstverlening van Laborijn. Met de aanbevelingen van Berenschot kan Laborijn volgens Huizinga aan de slag. Dagelijks bestuur, directie en organisatie gaan zich samen beraden op de onderzoeksresultaten en aanbevelingen. Voor de zomer moet er een procesaanpak op tafel liggen die met de diverse betrokken functionarissen besproken gaat worden.
Op de vraag of er een cultuuromslag moet komen binnen de organisatie knikt Martin Heekelaar instemmend. De taak van Bureau Berenschot is afgerond en de bal ligt vanaf nu bij het algemeen en het dagelijks bestuur van Laborijn. Over de afronding van het proces wil men zich nu nog niet uitlaten.

Meer berichten