Uut 't Wald | Schumen

Schumen

Er zijn heel wat beroepen die je tegenwoordig alleen nog maar tegenkomt in een woordenboek. Stoker bijvoorbeeld. Of kolenboer. En turfstekers kom je ook nooit meer tegen. Zelfs niet in het Korenburgerveen.
Misschien komt binnenkort de inbreker ook wel in dat lijstje. Want laten we wel wezen, je valt in deze tijd van Burgernet en buurtappgroepen al door de mand voordat je aan het echte werk toekomt. Als je een beetje verdacht rondloopt word je meteen in de kraag gevat.
Verdacht rondlopen. In het Achterhoeks noemen we dat schumen. Ook wel schoemen of schunen. "Die man löp hier te schumen, hol 'm in de gaten." Als de mensen dat tegen elkaar zeggen kun je als inbreker op buurtverkenning je biezen al wel pakken.
Een ander woord voor verdacht rondlopen (rondstruinen dus) is gengelen of rondgengelen. Dat zeggen ze bijvoorbeeld in Ruurlo en Beltrum. In Lochem hebben ze het over (rond)gloepen en in Winterswijk over (rond)schuiken. Ook smoegelen, snaaien en snotjen betekenen allemaal hetzelfde: verdacht rondlopen. Dat woord snotjen komt trouwens terug in de uitdrukking 'Wat in het snötje hebbe'. Dat zeggen ze in de Liemers als ze bedoelen dat iemand met kwade bedoelingen rondstruint.
Typisch voor Doetinchem en omgeving is de uitdrukking 'op schuppes loeren' en een wat oudere, in de spreektaal verdwenen manier om te zeggen dat iemand met kwade bedoelingen rondloopt is: 'Hee löp te scharmezeren.'
Bedenk ik opeens nog een verdwenen 'beroep'. Dat van zwerver of landloper. In Winterswijk werd zo iemand wel scharmezeerder genoemd. Blijkbaar vertrouwden ze daar zo'n 'vrömde' op voorhand al niet.

Meer berichten