Lied Deurvorst: Ik wilde eindelijk weten wat er vroeger allemaal gebeurd was. Foto: Sander Grootendorst

Lied Deurvorst: Ik wilde eindelijk weten wat er vroeger allemaal gebeurd was. Foto: Sander Grootendorst

Frans Deurvorst en de liefde voor de ijzergieterij

Maatschappij

ZUTPHEN/ULFT – Haar achternaam verraadt dat ze een nazaat is van een beroemde Ulftenaar: Lied Deurvorst, kleindochter van Frans (1857-1931), die directeur was van de DRU. Ze schreef in heldere stijl een rijk gedocumenteerd boek over Frans en de liefde voor zijn ijzergieterij, zijn familiebedrijf.

Door Sander Grootendorst

Lied Deurvorst woont in Zutphen vlak bij de IJssel, al vele jaren. Niet te verwarren met die andere oostelijke IJssel, de Oude genoemd, de rivier waarlangs zich de ijzerindustrie ontwikkelde. Waar Frans Deurvorst opgroeide, en waar ook Liedje, Lieds moeder werd geboren. “Frans’ oudste zoon was Zeno, van wie ik het derde kind ben. Zeno was voorbestemd zijn vader op te volgen. Hij was net zo intelligent, hij had het makkelijk kunnen doen. Maar de Eerste Wereldoorlog brak uit, hij werd reserve-officier. Maakte de verschrikkingen van dichtbij mee.”

Frans en Liedje verhuisden naar het westen, maar ging (vanuit Voorburg) weer terug naar de Achterhoek toen de Tweede Wereldoorlog begon. Naar Azewijn om precies te zijn, in 1941. De entree van de in 1930 geboren dochter Lied in de Oude IJsselstreek. “Je zou denken dat hij zoveel affiniteit met de fabriek van zijn vader had dat hij ons daar uitgebreid over zou vertellen. Maar hij had er een te groot trauma aan overgehouden. Ik wist vrijwel niets van het verleden van mijn voorouders. Mijn vader is in 1944 overleden door een ongeluk. Mijn moeder en haar vijf kinderen, van wie er één is geboren na zijn dood, zijn naar Utrecht verhuisd, iedere connectie met de Achterhoek werd verbroken.”
Lied volgde een opleiding tot directiesecretaresse en belandde via die omweg toch weer in de industrie: bij de Koninklijke Nederlandse Kantoenspinnerij KNKS in Hengelo (O). “Daar werd een ouderwets sociaal personeelsbeleid gevoerd, er was veel warmte, de warmte van een familiebedrijf. Ik heb er mijn hart aan verloren.”
Het zal dat gevoel zijn geweest, plus de nieuwsgierigheid naar het verborgen leven van haar grootvader, die haar al in de jaren tachtig, inmiddels getrouwd en terug in de Achterhoek, inspireerden om op onderzoek uit te gaan. Waarbij de grote leren fotoboeken die haar vader had nagelaten goed van pas kwamen. En ook nog eens een stuk of zesentwintig films: rijk bronnenmateriaal. “Ik wilde eindelijk weten wat er vroeger allemaal gebeurd was. De digitale tijd brak aan, ik heb daar bij mijn research meteen volop gebruik van gemaakt.”
Haar kennis over Ulftse Frans en de DRU nam gestaag toe, maar de jaren verstreken, een nieuw millennium ging in, het werd 2004… “Toen besloot ik dat ik het allemaal moest gaan uitwerken. Dat het in een boek moest worden vastgelegd. Ik beschouwde het als een plicht.”

Bocholt
Het besluit hield in dat er – om een volledig beeld te krijgen – eerst nog meer research nodig zou zijn. “Wie waren bijvoorbeeld die Reigers en Diepenbrock die in dat verre Bocholt woonden?” De Duitse mannen zijn de naamgevers van de DRU (‘Diepenbrock Reigers Ulft’), die zij vanaf 1774 exploiteerden. “Iedere woensdag reed ik er met de auto heen, tachtig kilometer. De Diepenbrocks hadden een beroemde oom, Melchior von Diepenbrock, die op het eind van zijn leven kardinaal werd. Er bleek een grote brievenverzameling aanwezig, waarvan ik een enorm archief heb aangelegd.” Het verschafte Lied Deurvorst inzicht in boeiende, hechte familieverhoudingen.

In de lange geschiedenis van de DRU – geen enkele Nederlandse ijzerfabriek hield het langer vol – duikt op enig moment haar eigen achternaam op. Frans’ moeder Lidwina Reigers was een van de elf kinderen van DRU-directeur Aloys Reigers en Johanna Diepenbrock. Frans koos voor een carrière in het gieterijwezen, trad dus in de voetsporen van de familie Reigers en niet in die van Deurvorst. Frans’ vader behoorde tot een generatie wijnhandelaren.

Ziel
Ulftse Frans bracht de fabriek tot grote hoogte, maar moest ook ervaren hoe het verval inzette. Dat had diverse oorzaken, waaronder het gegeven dat mensen van buiten de familie hun intrede deden in de fabriek. “Langzaam maar zeker ging de ziel eruit.”

Bezieling is zonder meer een woord dat bij je opkomt als je het boek leest. Het is met elan  geschreven en je voelt als het ware dat huidige familieleden bij de totstandkoming ervan betrokken zijn. Bezieling is ook de term die je kunt betrekken op de liefde voor kunst van Frans en zijn vrouw Jacqueline: ze hadden een ruime verzameling, die in het boek volledig is afgebeeld. De meeest aansprekende naam is Jan Toorop, met wie de Deurvorsten een nauwe vriendschap onderhielden. Bijna als familie...
Er is tijdens het interview zo veel aan bod gekomen, dat sommige vooraf bedachte vragen niet eens meer zijn gesteld. Bijvoorbeeld deze: Waar komt de voornaam Lied vandaan? Het antwoord (ook op alle andere andere relevante vragen) staat in het boek, al in de inhoudsopgave. Er is een hoofdstuk gewijd aan Lidwine Deurvorst-Reigers, das liebe, sanfte und gescheite Mädchen (1821-1900). Dat moet het zijn. Het geeft nog weer een extra dimensie aan het wonderlijke fenomeen dat geschiedenis heet, omdat die tegelijkertijd voortschrijdt. Het boek is geschreven door een Mädchen van 94 jaar.

Lied Deurvorst: Diepenbrock. Vijf generaties ijzergieters bij Diepenbrock & Reigers ULFT DRU (1810-1929), uitgegeven door Geschiedkundige Uitgeverij Verloren.
Presentatie: vrijdag 18 april (16:00 uur) in de Conferentiezaal van het DRU Industriepark.


Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant