
Column Toekomstmuziek
Toppopmuzikant
OpinieNee, de titel verwijst niet naar het bekende tv-programma van weleer, maar naar topsporters. Afgelopen week werd bekend dat de Ulftse handbalster Dione Housheer en drie topturnster van de Top Turnacademie Achterhoek uit Varsseveld naar de Olympische Spelen in Parijs gaan. Top, topsport, topsportklimaat… Hoe zit dat bij muziek?
Zonder de Calimero kaart te willen spelen, er zijn ook legio topmuzikanten uit onze gemeente, alleen worden die niet zo ‘gezien’. Zelf weet ik niet veel van harmonie- en fanfaremuziek, dus beperk ik mij tot popmuziek. Popmuzikanten, de popsector en het poponderwijs worden anders bezien dan sport en hebben daardoor een andere infrastructuur, financiering en aandacht. Stel dat we de carrière van een topsporter eens kort doorlopen en vergelijken met die van een ‘top’popmuzikant.
Een jonge sporter leert wekelijks technische vaardigheden en spelinzicht bij een lokale club. Daar is een coach, staan ouders met ervaring langs de lijn - helaas soms met een nadrukkelijke mening - en regelmatig loopt er een scout van een profclub die zijn bevindingen terugkoppelt aan een technische staf. De shirtjes worden gesponsord door een lokaal bedrijf en ook andere kosten voor het speelveld, de kleedkamers of de verlichting worden door sponsoren, fondsen of de gemeente gedekt.
Op een gegeven moment volgt een schifting van sporters die voor de hobby blijven sporten en talentvolle en ambitieuze sporters die zich doorontwikkelen bij een betaalde club. Samen met talenten uit andere gemeenten, spelen zij op betere speelvelden of in stadions waar de hobbysporter niet meer verschijnt. Vervolgens stromen de echte toptalenten door naar landelijke sportclubs of internationale teams en is er begeleiding van en regulering door koepelorganisaties.
Vervang een aantal woorden in bovenstaande alinea’s en je ziet hoe anders het carrièrepad van een jonge popmuzikant is. De lokale sportclub om samen te leren is de oefenruimte, teams zijn verschillende bands, het speelveld zijn de kroegen, de stadions de poppodia en theaters. Wat onder meer ontbreekt in deze analogie is de wekelijkse coach in de oefenruimte of bij optredens, de scout bij kroegen en poppodia, de technische staf die alles analyseert en de financiering. Natuurlijk, op bepaalde plekken is dit er wel, maar erg summier, niet goed met elkaar verbonden en bij lange na niet in verhouding met sport.
Sporters hebben een flink steuntje in de rug met schitterende initiatieven als Achterhoek in Beweging of het Regionaal Beweeg- en Sportakkoord. Ik vraag me al jaren af, zijn er vergelijkbare initiatieven mogelijk die alle hiaten in het popmuzieklandschap duurzaam kunnen verbinden en borgen? Tijd voor een popcultuurnota?
Meindert Bussink










