Column Ria Tuenter

Column Ria Tuenter

Voorjaar in aantocht

Opinie

Heeft u het ook al geroken de afgelopen weken? Het voorjaar zit in de lucht! Die eerste zonnestralen van de lente op je huid, daar kan geen zomerzon tegenop. Héérlijk! ’s Morgensvroeg hoor ik de vogels alweer vrolijk kwetteren en het eerste frisse voorjaarsgroen komt voorzichtig de grond uit. Mijn favoriete seizoen staat op punt van beginnen.
De buitendeur kan weer open, de tuin krijgt kleur en de was kan buiten drogen. Dit heeft ook zijn weerslag op mijn humeur. Het is een heimelijk genoegen om in een bed te stappen met fris gewassen lakens die aan de lucht zijn gedroogd. Die geur, daar kan geen wasverzachter aan tippen.

In mijn puberteit hadden mijn zintuigen duidelijk andere prioriteiten. Of mijn frisse lakens nou van de waslijn buiten kwamen of gedroogd waren boven de kachel in de keuken, waar ook nog eens stevig werd gerookt, ik merkte het verschil niet. Ook het tuinleven boeide me niks toen. Wist amper wat er bloeide. Afrikaantjes herkende ik. Dat vond ik maar lelijke bloemen en ze stonken ook nog. En de dahlia of de duizendschoon, die je kreeg als je de Avondvierdaagse had gelopen, vond ik vreselijk tuttig. Nu staan beide soorten in mijn eigen tuin te pronken en vind ik ze prachtig. Het kan verkeren, zei Bredero.

En dan zijn er nog de tuinvogels. Als puber had ik nauwelijks oog voor ze. De kanaries van opa vond ik wel leuk, vooral als ze vrij door de kamer mochten vliegen en onder de kraan gingen badderen. Verder wist ik niet dat een gieteling dezelfde vogel is als een merel en dat ‘spraon’ nedersaksisch is voor spreeuw. Laat staan dat ik hun geluid herkende.

Er is één vogel waar ik bijna een jeugdtrauma aan heb overgehouden: de kraai. Ik was, zoals bijna elke avond, bij de buren toen de film ‘The Birds’ van Alfred Hitchcock op televisie kwam. Een horrorfilm over meeuwen en kraaien die met honderden tegelijk mensen en huizen aanvallen. Bij veel scènes hield ik een kussen voor mijn gezicht, zo spannend vond ik het. Het geluid van die vogels, ‘de groezels liepen mien aover de rug’. En toen moest ik nog naar huis fietsen, langs de ‘peppels’ waar kraaien in zaten. Bij elke ‘kra kra’ die ik hoorde sloeg de schrik me om het hart. Ben nog nooit zo snel thuis geweest.

Tegenwoordig ontdek ik via een app op mijn mobiel welke soorten er in onze tuin wonen. Merel, winterkoninkje, roodborstje, huismus, pimpelmees en groenling zijn zomaar wat voorbeelden. Ik geniet ervan om ze bezig te zien met het maken van een nestje, het voeren van hun jongen of als ze een bad nemen. We zorgen goed voor ze. Er hangen nestkastjes, er is volop water en er zijn veel beschutte plekken in het groen. Er is één vogelgeluid dat ik herken zonder de app te raadplegen en dat is het gekras van kraaien. Gelukkig vliegen ze vooral óver onze tuin en wonen ze er niet.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant