
Verwachtingscrisis in de Cultuurfabriek
OpinieIn haar Boekenweekessay schrijft Doortje Smithuijsen over de verwachtingscrisis van millennials. Opgevoed als gewenste kinderen, grootgebracht met het idee dat ontplooiing vanzelfsprekend is, lopen zij vast in een werkelijkheid waarin huizen onbetaalbaar zijn en vaste banen schaars. Het probleem is niet alleen economisch, maar mentaal: de wereld voldoet niet meer aan het verhaal waarmee ze zijn grootgebracht.
Soms denk ik dat de DRU aan dezelfde crisis lijdt.
Ook hier is ooit een verhaal begonnen. Een voormalige ijzerfabriek werd getransformeerd tot Cultuurfabriek. Een complex met allure, professioneel geprogrammeerd, met foyer, receptie en zalen die niet zouden misstaan in een middelgrote stad. Het paste bij de tijdgeest: investeren, opschalen, vooruitdenken. Zoals babyboomers hun huizen kochten in een tijd dat de huizenprijzen laag waren en de groei vanzelfsprekend leek, zo werd hier gebouwd op optimisme.
Maar verwachtingen die niet meebewegen met de realiteit, worden vroeg of laat ingehaald. Subsidies werden niet geïndexeerd, kosten stegen wel. En recent klonk de pijnlijke constatering: er is geld uitgegeven dat er niet was. Dat is meer dan een financiële misrekening. Het is een botsing tussen ambitie en draagkracht.
Wat mij daarbij opvalt, is dat de discussie opnieuw vooral over geld gaat. Over tekorten, moties en onafhankelijke toetsen. Begrijpelijk. Maar onder die cijfers ligt een fundamentelere vraag: wat voor cultuur wil je eigenlijk mogelijk maken?
Twee jaar geleden schreef ik over Homo Ludens, de spelende mens. Huizinga stelde dat cultuur ontstaat in spel, in experiment, in het proces. Dat vraagt om oefenruimtes, jamsessies, kleine podia waar veertig man geen probleem is maar een succes. Vorig jaar stelde ik de vraag of de Cultuurfabriek daadwerkelijk cultuur fabriceert, of vooral programmeert. Het antwoord is nog steeds ongemakkelijk.
Zonder sterke onderlaag van creatie wordt een groot podium afhankelijk van kaartverkoop en horeca-omzet. Dan moet de exploitatie kloppen. Dan wordt cultuur een businesscase. En precies daar wringt het nu.
Misschien is de crisis bij de DRU dus niet alleen financieel, maar generationeel. Een project geboren in optimisme dat moeite heeft zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Zoals millennials moeten leren dat het leven niet automatisch het script van hun ouders volgt, zo zal ook de DRU zich moeten afvragen wat realistisch is binnen de schaal van deze gemeente.
Volwassen worden is niet kleiner denken uit armoede. Het is opnieuw bepalen wat je werkelijk wilt zijn. Misschien begint dat niet met een sluitende meerjarenbegroting, maar met ruimte voor spel.
Meindert Bussink










