Merel Balduk: 'Dat ik jong ben, werkt soms in mijn nadeel en soms in mijn voordeel'. Foto: Leonard Walpot

Merel Balduk: 'Dat ik jong ben, werkt soms in mijn nadeel en soms in mijn voordeel'. Foto: Leonard Walpot

Leonard Walpot

‘De politiek moet zorgen dat dingen goed geregeld zijn’

Politiek

DIDAM - Ze was zelf verrast en verbaasd toen ze gevraagd werd voor de kieslijst van de Europese Verkiezingen. De 24-jarige Merel Balduk, die in Loil werd geboren, staat op nummer 7 voor het CDA. Of het hoog genoeg is voor een zetel is afwachten. Ze staat wel als jongere én als Gelderse het hoogst genoteerd.

Door Karin van der Velden

“In Europa worden belangrijke dingen besloten, maar inwoners staan nog helemaal niet stil bij de verkiezingen”, zegt Merel Balduk. “Dat ligt ook deels aan de politiek zelf. Bij gemeentelijke en landelijke verkiezingen wordt al weken van tevoren geflyerd. Dat gebeurt niet voor Europa. Er worden besluiten genomen die invloed hebben op miljoenen mensen en die we vaak pas horen als ze al zijn genomen. De beeldvorming over Europa wordt vaak bepaald door zaken die dichtbij komen. Het beeld dat ik had van Europa was hetzelfde als van veel mensen: Je hoort de besluiten over papieren rietjes en het gebruik van plastic bekertjes.’ Maar het is een hele wereld met veel belangrijke onderwerpen, waar we weinig zicht op hebben. Ik zou Brussel dichterbij de mensen willen brengen. Dan heb ik het nog niet over de inhoudelijke onderwerpen, alleen over het gat verkleinen.”

Merel Balduk heeft snel carrière gemaakt in de politiek. In Loil is ze geen onbekende: “Ik ben van Wilco van Willy Balduk, de schilder. En mijn moeder is Gerda van Mientje van boertje Smits. Ik ging naar de St. Jozef school, volleybalde en speelde, net als mijn opa, saxofoon bij Amicitia. Het klinkt gek, maar ik kwam met de politiek in aanraking door de dansgarde. Ik werd in 2016 Nederlands kampioen en kreeg een pluim van de burgemeester. In de raadszaal in Gouden Handen moest ik een woordje doen. Ik weet nog dat de raadsvergadering over de Hoevert ging. De emoties zaten hoog bij de mensen die tegen sluiting kwamen protesteren en toen moest ik mijn verhaaltje doen. Hans Stein was voorzitter van het CDA en hij vond dat ik wel aardig uit mijn woorden kon komen. ‘Loop een keer mee, ga eens kijken bij de fractie’, zei hij. En zo ben ik er langzaam ingerold. Bij de vorige verkiezingen was ik 18 jaar, ik heb toen net de kiesdrempel niet gehaald en werd fractievolger. Bij de laatste verkiezingen werd ik raadslid en sinds januari ben ik in Montferland fractievoorzitter van het CDA.

“Het is geen doelgericht plan, maar als ik ervoor gevraagd wordt, wil ik graag iets betekenen voor de samenleving. Niet om de titel of status, daar geef ik niets om. Dat maakt de druk op mezelf lager. Dat ik jong ben, werkt soms in mijn nadeel en soms in mijn voordeel. Ik hoor weleens dat ik ergens te jong voor ben, maar uiteindelijk zullen ze ooit zeggen ‘je bent te oud’, haha. Ik hou niet per se van politiek, maar ik besteed wel vele avonden en vaak ook weekenden aan de politiek. De meeste inwoners hebben dat niet. Ze willen zich niet druk maken over geruzie en conflicten in de politiek, maar alles gewoon geregeld hebben en makkelijk de weg vinden naar mensen die iets kunnen betekenen. De politiek moet zorgen dat dingen gewoon goed geregeld zijn.”

Merel werkt als bestuursadviseur in Renkum. Dat ze ook raadslid, maakt haar werk makkelijker. “Ik kan met het college en de organisatie delen hoe je iets als raadslid beleeft. Omgekeerd is dat ook zo, ik kan raadsleden uitleggen hoe besluiten in het college tot stand komen en hoe een gemeentelijke organisatie werkt. Het college dat nu in Montferland zit, doet het werk trouwens heel goed.”

Dat Merel voor het CDA koos, was heel bewust: “Dan gaat het om de pure basis. Het fatsoen, de normen en waarden. Op een respectvolle manier met elkaar omgaan en er zo samen uitkomen. Met meeschreeuwen of er met een gestrekt been ingaan, bereik je niets. Al zegt je gevoel soms iets anders. Je moet altijd de afweging maken wat goed is voor het grote geheel. Je eigen mening telt dan minder.”

Merel weet dat het CDA in het verleden moeilijke keuzes heeft gemaakt, die veel pijn deden: “Die keuzes hebben er wel voor gezorgd dat we er nu financieel goed voorstaan. Ik vind het belangrijk dat we juist in gesprek gaan met mensen die het niet met ons eens zijn. Politiek is niet zwart wit. ‘Het enige dat zwart-wit is, zijn de koeien in de wei’, die quote heb ik weleens gehoord. Te vaak gaat het trouwens om quotes, headlines, oneliners. In de politiek moet je juist duidelijk en begrijpelijk communiceren.”

Toen een Brabantse CDA-afdeling bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen zetelwinst behaalde, ging Merel samen met Jur Heebing (raadslid CDA) naar een bijeenkomst. Daar ontmoette ze Tom Berendsen, toen europarlementariër, nu lijsttrekker. En ze kwam met Hanke Bruins Slot in gesprek. “Er waren heel veel jongeren, en we spraken uit dat we de mensen moeten bereiken die Europese politiek niet leuk vinden. Een grote meerderheid moet zich gehoord voelen. 

“Tijdens het jongerencongres in Brussel afgelopen zomer vroeg Tom of ik wilde solliciteren voor de lijst. Ik schreef een brief en werd uitgenodigd voor een gesprek. Daarna kwam de vraag of ik op plek 7 zou willen staan. Is het realistisch dat ik erin kom? Dat weet je nooit. Het CDA heeft bij de laatste landelijke verkiezingen veel zetels verloren, maar zit nu weer in een stijgende lijn. Er is een nieuwe generatie en een ander CDA-geluid, dat spreekt mij erg aan.

“Als ik gekozen wordt, wil ik als dat mogelijk is mijn raadsperiode hier afmaken. Dat heb ik ook zo aangegeven. Toen ik fractievoorzitter werd, was ik al voor Europa gevraagd. Ik zou graag de regio willen vertegenwoordigen. Hier ligt mijn hart en hier is mijn thuis, ik wil ook niet verhuizen. Toen ik in Den Haag studeerde, ging ik met de trein op en neer. Uiteindelijk is Brussel per trein goed te bereiken. Het is belangrijk dat je weet wat er in je eigen land en regio speelt. Weet je trouwens dat de begroting van Nederland groter is dan die van de Europese Unie? Nederlandse tweedekamerleden stemmen dus over meer geld dan dat Europarlementariërs dat doen.

“In het Europarlement is Gelderland zwaar ondervertegenwoordigd, er zijn veel meer kandidaten uit de Randstad. Daar wonen weliswaar meer mensen, maar het is geen afspiegeling van de samenleving. Op plekken waar beleid wordt gemaakt, moet je die afspiegeling wel hebben!”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant