
Dossier DRU: Strikte voorwaarden subsidie en motie van wantrouwen verworpen
Politiek Dossier DRUDossier DRU deel 7
ULFT – Na een lang debat tot half twee ’s nachts heeft de gemeenteraad afgelopen donderdagavond een koers bepaald voor de toekomst van de DRU Cultuurfabriek. De motie‘DRU Vooruit!’, ingediend door D66, Lokaal Belang, PvdA en CDA, kreeg een meerderheid van de stemmen. Een alternatieve koers van ADA – waarin werd gepleit voor een volledige herstructurering – haalde het niet. De jaarcijfers over 2024 bleken helemaal aan het eind toch beschikbaar, wat leidde tot frustratie bij de oppositie en ongemak bij de coalitie. ADA diende een motie van wantrouwen in tegen de wethouder Janine Kock, maar die werd verworpen dankzij steun vanuit de coalitie.
Door Meindert Bussink
Subsidie blijft, onder strikte voorwaarden
De raad besloot met een uitgebreide motie van twintig punten dat de jaarlijkse subsidie van ruim één miljoen euro gehandhaafd blijft tot en met 2028. Wel wordt de stichting opgedragen zich op haar hoofddoelstelling te richten - het realiseren van een gezonde, duurzame en zelfstandige bedrijfsvoering - en daar worden stevige voorwaarden aan verbonden.
Stichting DRU Industriepark moet geldstromen op het industriepark inzichtelijk maken en daarbij commerciële en culturele/maatschappelijke activiteiten van elkaar scheiden, zodat alleen de culturele/maatschappelijke activiteiten voor een exploitatiebijdrage in aanmerking komen.
De huurschuld van 2024 en 2025 wordt voorlopig omgezet in een lening en vanaf 2026 moet de stichting weer reguliere huur gaan betalen. Daarnaast kan de stichting maximaal vier ton extra lenen bij de gemeente, mits zij het Ouhrlokaal als onderpand aanbiedt.
Camiel Vanderhoeven (D66) stelde onder meer dat er geen gemeentegeld naar commerciële activiteiten mag gaan, maar in de motie en tijdens de vergadering wordt niet gespecificeerd wat daar precies onder wordt verstaan. Vanderhoeven wees er ook op dat dit de eerste keer is dat er zulke ingrijpende kaders worden gesteld door de raad, maar wil ook de hand in eigen boezem steken dat dit in het verleden onvoldoende is gebeurd. Wat hem betreft is dit de laatste keer dat Heintje Davids het podium opkomt.
Horeca exploitatie was weeffout
Voor Richard de Lange van ADA is de laatste kans al geweest. Zijn motie stelde een radicale herstructurering voor: het vastgoedbeheer moest worden teruggehaald naar de gemeente, de stichting zou worden teruggebracht tot enkel culturele uitvoertaken (poppodium, theater), en de directeur-bestuurder moest plaatsmaken voor nieuw leiderschap.
Volgens ADA is de stichting ‘een zinkend schip’ en dreigt het DRU-complex te veranderen in ‘de Titanic, met de inwoners als drenkelingen.’ De coalitie vond deze benadering te ver gaan.
Door destijds alleen de stichting de mogelijkheid te geven om de horeca te exploiteren is er volgens De Lange een weeffout ontstaan en met het Didam-arrest zou dat nu ook niet meer mogelijk zijn (zie kader). Hij pleitte ervoor om het Schaftlokaal en het Ouhrlokaal op commerciële basis te verhuren aan meerdere horeca-ondernemers, zodat commerciële risico’s bij de horeca-ondernemers liggen en er een stabiele inkomstenstroom voor de stichting ontstaat.
Vertrouwen onder druk
Spijkers van de VVD verweet het college dat er gekozen moest worden tussen twee moties en hij weigerde daaraan mee te doen. Hij kwam er steeds meer achter dat het een blackbox aan afspraken en subsidies is. “Hoe meer vragen er gesteld worden, hoe meer vragen deze weer oproepen. Uit het rapport Mul blijkt dat de kosten voor de baten uitgaan en de programmering al deels betaald is. Ook is net een subsidie van een half miljoen uitgekeerd, hoe kunnen ze dan nu nog in financiële problemen zitten,” vraagt Spijkers zich af .
Zijn belangrijkste punt is de vertrouwensvraag. Hij heeft het rapport Mul gelezen en ziet nog steeds ‘getouwtrek tussen de directie en het college’ en weet dus nog steeds niet hoe lang de stichting kan voorstaan zonder financiële injectie.
Hoe meer vragen er gesteld worden, hoe meer vragen deze weer oproepen
Cijfers voor de stemming
Hij was niet enige. Bijna alle sprekers gaven aan dat het lastig is een oordeel te vellen over de situatie zonder de financiële gegevens van 2024. Ruim na middernacht tijdens haar beantwoording gaf de wethouder aan afgelopen week de conceptjaarrekening 2024 van de DRU te hebben ontvangen en deze met de raad te zullen delen. Na diverse verbolgen reacties, het excuus van de wethouder én het overleven van een motie van wantrouwen, meldde zij vervolgens dat DRU-directeur Gerk van der Wal diezelfde ochtend had gezegd dat het doek voor de stichting al in oktober zou kunnen vallen als er geen steun komt.
De Lange deed vervolgens een ordevoorstel om de behandeling van de twee moties uit te stellen, zodat er met de cijfers een weloverwegen besluit genomen kon worden. Dit voorstel werd gesteund door PRO!, maar daar zagen D66, PvdA en Lokaal Belang niets in. Spijkers gaf gechargeerd aan dat dit erdoor drukken van de eigen motie niet correct is. Het was bijna één uur en Vanderhoeven stelde nog voor om een uur te schorsen om te kijken of de cijfers toch beschikbaar waren. Voorzitter Werger wilde hier niets van weten en het ordevoorstel werd weggestemd.
Na afloop noemt De Lange het zorgelijk dat zulke essentiële informatie pas in de raadszaal wordt gedeeld. In een brief vraagt hij het college of er mogelijk nog meer relevante feiten zijn achtergehouden en roept de wethouder op om “schoon schip te maken”. In die brief wordt het college tevens bevraagd over twee onlangs verschenen artikelen. Over het bewust achterhouden van financiële informatie in de Gelderse Post van 18 juni en de vermeende verboden staatssteun waarover Omroep Gelderland berichtte op 3 juli.
Didam-arrest
Het Didam-arrest is een uitspraak van de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan in Nederland, van 26 november 2021. Het arrest gaat over de manier waarop overheden zoals gemeenten onroerende zaken, zoals grond of gebouwen, mogen verkopen.
De Hoge Raad oordeelde dat overheden bij de verkoop van onroerende zaken het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen. Dat betekent dat zij in beginsel alle potentiële gegadigden een gelijke kans moeten bieden om het vastgoed te kopen.
Een gemeente mag een stuk grond niet zomaar onderhands aan één partij verkopen, tenzij objectief is vast te stellen dat er maar één serieuze gegadigde is. Als er meerdere partijen interesse kunnen hebben, moet de overheid een transparante selectieprocedure organiseren, zoals een openbare inschrijving of aanbesteding.
Een uitzondering op de verplichting tot open selectie bestaat alleen als objectief vaststaat dat slechts één partij in aanmerking komt, bijvoorbeeld als de koper een buurperceel bezit en het stuk grond alleen voor hem functioneel is, of als er een exclusieve publieke taak of afspraak is die dat rechtvaardigt. Maar ook dan moet de overheid motiveren waarom er geen andere serieuze gegadigden zijn, en dat actief bekendmaken, bijvoorbeeld via een publicatie.










