Kanopoloër Guus Willemsen (6) in actie namens Jong Oranje. Foto: Martijn Huizinga
Kanopoloër Guus Willemsen (6) in actie namens Jong Oranje. Foto: Martijn Huizinga Martijn Huizinga

Kanopoloër Willemsen deelt ‘een beukie’ uit

Sport

SILVOLDE Guus Willemsen is net 16 jaar, komt uit Silvolde en zit in Jong Oranje kanobal. Tot vijf jaar geleden had de Achterhoeker nog nooit in en kano gezeten, maar sindsdien gaat het snel met zijn carrière in deze opmerkelijke sport.

Door Remko Alberink

Willemsen kan het zich nog goed herinneren, die eerste keer het water op. ,,Het was dat ik met een vriendje meeging naar Het Anker in Ulft, daar gingen we het water op en deden we mee aan een beginnerscursus.” Wat hem bijstaat is dat kanoën in het begin niet eenvoudig is. “Je wilt graag recht vooruit, maar dat is niet vanzelfsprekend.”

Polo
Kanopolo is een dynamisch en explosieve sport, eentje die ook bij Het Anker wordt gespeeld. “Je speelt vijf tegen vijf op een veld van 35 bij 40 meter met twee doelen. Het is de bedoeling om de bal in het andere doel te krijgen en daarbij mag je tegen elkaar aanvaren, je mag elkaar ook omduwen”, schetst Willemsen in het kort de bas van zijn sport. “Meestal wordt het op open water gespeeld, in de winter zie je wel eens toernooien die in een zwembad worden gehouden.”
Je zou zeggen dat verschil in water dit geen verschil maakt, maar dat bestrijdt Willemsen. “In een zwembad kan het water moeilijker weg. Als het tegen de rand komt, kaatst het vaak terug. Dat heb je met buitenwater veel minder.”
Zijn boot moet ook tegen een stootje kunnen. “Die is 9,5 kilo zwaar en gemaakt van carbon. Als je omslaat zit je met behulp van je peddels snel weer recht. Hij moet inderdaad tegen een beukie kunnen.”

Doel
Om het spel moeilijker te maken, hangen de doelen twee meter boven de grond. “Je valt met zijn allen aan en verdedigt met zijn allen. Zelf ben ik iemand die ook over het hele veld actief is”, weet Willemsen, die tegenwoordig vier keer per week traint en in het weekeinde zijn toernooien speelt.
Dat doet hij sinds twee jaar in Deventer. “Daar is het niveau een stukje hoger. In Ulft wordt vierde divisie gespeeld, in Deventer eerste divisie. Ik ben daar op eigen verzoek eens mee gaan trainen en van het een kwam het ander. Bijkomend voordeel is dat we in Deventer met Jong Oranje spelen, onder de vlag van de club.”

Jong Oranje
Willemsen weet nog wanneer hij zijn debuut voor het nationale team maakte. “Dat was in Duitsland, in een zwembad in Göttingen. We speelden tegen DRC Neuburg.”
Het is niet toevallig dat die wedstrijd in Duitsland was. “In Duitsland is kanopolo echt heel populair. Het wordt veel meer beoefend dan in Nederland. Ook op scholen wordt het tijdens lessen namelijk gegeven.”
Net 16 jaar geworden kan de Silvoldenaar nog heel wat jaren mee in het vertegenwoordigend nationale team. “Tot 2030, deze categorie is voor kanopoloërs tot 21 jaar.”

EK
Onder auspiciën van het Nederlandse watersportverbond gaat Willemsen met zijn teamgenoten dit jaar naar het Europees Kampioenschap. “Dat wordt elke twee jaar gehouden, in september is dat in Frankrijk.”
Hij verheugt zich er nu al op. “Die toernooien zijn altijd leuk, leerzaam en gezellig. Een titel wordt er niet meteen van ons verwacht, andere landen zijn wel een stuk beter.”
Zijn sport is niet olympisch. “Maar er zijn wel wedstrijden bij de World Games, dat is een groot evenement voor niet olympische sporten”, weet Willemsen te vertellen.
Als hij naar de nabije toekomst kijkt, weet hij niet goed op welk punt van het kanopolo hij zich specifiek wil verbeteren. “Eigenlijk op alle aspecten. Ik wil sneller, sterker en beter worden.”  

Omgeving
Kanopolo, voor velen een vrij onbekende sport. “Ik moet het ook vaak uitleggen aan mensen om me heen, wat het precies inhoudt. Er zijn weinig mensen die er al eens van gehoord hebben”, meent Willemsen, die naar het Isala College in zijn woonplaats gaat. “Deze sport is heel goed te combineren met school want de trainingen zijn doorgaans ‘s avonds. Mijn vader en moeder rijden me elke keer naar Deventer, dat is steeds een ritje van iets minder dan een uur.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant