Henny Baeken. Foto: Eigen foto
Henny Baeken. Foto: Eigen foto

Nieuw Achterhoeks schrijftalent in de maak: Henny Baeken

WINTERSWIJK/BERKELAND - Dit jaar heeft de Bibliotheek diverse schrijfcursussen met Anna Boland aangeboden en daar is enthousiast op gereageerd. Enkele deelnemers uit Winterswijk, Neede en Ruurlo schrijven hun verhaal. Deze week Henny Baeken.

KADER 
Over de schrijver
Er was eens..
Henny Baeken is heel blij dat ze ooit spontaan met Anna in de Bibliotheek in Neede in gesprek kwam over haar behoefte aan een ‘ander’ soort schrijfcursus. Gewoon in de buurt, niet online en niet teveel spelregels. Zo kwam de bal aan het rollen binnen de bibliotheek Oost-Achterhoek. Henny durft zichzelf nu als een aankomend schrijver en dichter te zien. Door de eigen ervaring en door de reacties van de anderen, weet ze dat ze kan en mag schrijven. Wat haar daarbij geholpen heeft, was vooral de aandacht voor het gewoon doen, zonder plan, logica of doelgroep, maar wel met je eigen schrijfstem. En ook was het fijn om in de groep te kunnen delen en ook je grenzen aan te geven. “Nee, ik geef nu niet de titel van mijn aanstaande boek, want dan geef ik teveel weg!” Ze is bezig met een poëziebundel die op de site Meander gepubliceerd staat en ze schrijft aan haar memoires, maar ook aan een fictieboek. Voor haar is vooral de vraag: hoe nu verder zonder cursus? Waar zijn de meelezers en meedenkers te vinden?

Schrijfworkshop Neede opdracht: Beschrijf een persoon die je goed kent in een concrete situatie …..

Moeder
De vaatchirurg is tevreden, ondanks de moeite die het kostte om ‘erdoorheen te komen’, door het bloedvat, is de operatie geslaagd en moeders weer thuis. Het advies veel bewegen volgt ze moeiteloos op. Voor we met de ogen kunnen knipperen inspecteert ze de kelder, want ze moet zeker weten dat de lekkage van enkele weken geleden zich in haar afwezigheid niet weer heeft aangediend. Met name ik voel de wrevel opkomen: alsof het huis lekkage vertoont als zij zelf afwezig is, en mijn presentie lekkage veroorzaakt. Ik denk: stel je voor dat het zo zou zijn.

We, in dit geval klopt de we, verdraaien onze ogen in een geste van 'daar gaat ze weer’.

Op de vraag van mijn nichtjes: 'oma hoe gaat het nu met je?’ demonstreert moeders genoeglijk hoe stabiel en goed in orde ze is, door zich vrij te maken van de rollator en een pirouette om haar as te draaien, waarbij alle aanwezigen gealarmeerd opveren en de armen uitstrekken om het gevaar op te vangen.

Ze geeft geen krimp. 'Ach jullie, jullie zijn niets gewend, als je de negentig voorbij bent, dan…..'. 'Dan pas ken je het leven’, vul ik aan.

‘Precies’, zegt ze en ‘of er nog een flesje port open is toevallig’.

Toevallig wel, want mijn zus heeft in de keuken haar stress al bedwongen met een glaasje of twee en moeders volgt dit tempo met gemak.

Ik blijf nog een weekje, voor de zekerheid. Na veel geharrewar is haar bed uiteindelijk beneden komen te staan. Gesteund door mijn nichtje zette ik oma voor het blok, bed beneden of naar het woonzorgcentrum. ‘Geen bed beneden en geen woonzorgcentrum’, sommeerde oma vanuit haar ziekenhuisbed exclusief gericht naar Ellen, in de verwachting bij haar de grootste kans op gehoor te vinden.

Het was een bloedhete augustus, de bovenverdieping zonder airco was een hel, ondanks haar protest demonteerden we het bed en monteerden we ook de smoezen aan elkaar:

‘Mam, je bed nu fijn bij het raam met uitzicht op de tuin, waarbij je ook s ’nachts het raam kan open zetten voor frisse lucht.’

‘Oh, en moet ik hier nu slapen?’

‘Probeer een nachtje mam en als je niet wilt, dan slaapt een van ons er wel, veel gerieflijker, alles bij de hand, geen trappen, alles gelijkvloers, helemaal top voor een overnachting.’

’Oh, ja, als het dan moet van jullie.’

Er had al zo veel gemoeten van ons, van mij. Het voorstel van een sleutelkastje aan de achterdeur, een alarmknop om haar hals voor noodhulp, het werd onthaalt met verontwaardiging: ‘geen vreemd volk in mijn huis.’

Ook niet nadat ze op weg naar beneden midden in nacht op de trap struikelde en haar schouder bezeerde, niet toen ze misselijk het toilet niet kon bereiken, het bleef een pertinent nee. ’Mij mankeert niks.’

Inderdaad mankeert ze ook niets meer dan dat ze vierennegentig is, in een huis uit de jaren vijftig met minimaal comfort voor haar leeftijd. Dus er kwam toch een sleutelkastje en een alarmknop om haar nek. Dat was slikken, maar mijn moeder is vindingrijk: ’Die blijft altijd achter mijn hoorapparaat haken.’ Bijdehand als ze is, kijkt ze me haar slimme blauwe ogen met lenzenschittering quasi onschuldig aan om vervolgens het snoer in de la van het dressoir te leggen; ‘nu jij er toch bent heb ik dat niet nodig, die knop.’

Maandagochtend arriveert de ‘Zorg aan Huis' verpleegster voor de wondverzorging en de dagelijkse douchebeurt en ik hoor haar vanuit de badkamer geanimeerd vertellen hoe geweldig het is om 'een eigen appartement in haar eigen huis te hebben, alles bereikbaar en hoe ze dat al zo lang al zo graag had gewild, maar ja, het kwam er nooit van, want ja de kinderen zijn zo druk maar nu, nu is haar wens in vervulling gegaan.'
Ik barst van verlangen een einde aan haar leven te maken. Bejaardenmishandeling wordt waarschijnlijk streng gestraft, ik zal het opzoeken op internet.

Alhoewel mijn geweten het wel weet. Ik vraag of ze thee of een kopje koffie wil bij de cake die ik net gebakken heb.