Het dopje, en een halfvol of halfleeg glas

Weet u het nog? Bij het tanken van benzine stond er op de pomp de cryptische tekst: ‘Het kijkglas moet vol zijn.’ Je kon de benzine een beetje zien borrelen, maar of het nu vol was te noemen? Zou er ooit wel eens iemand naar de kassa zijn gelopen om te vertellen, dat het kijkglas niet vol was, vraag ik me dan af.
Ik worstel altijd met de vraag of een glas halfvol of halfleeg is. Voor mij als exact denker is er geen verschil tussen een halfvol glas of een halfleeg glas. De inhoud is precies gelijk. Toch schijnt er verschil te zijn. Voor de pessimist is een glas altijd halfleeg en voor een optimist halfvol, volgens mijn partner.
In een artikel van Achterhoek Nieuws las ik: “Er moet iets gebeuren. Het glas moet niet halfleeg blijven”. Hier wordt gesuggereerd dat een halfvol glas de voorkeur verdient.

Ook las ik dat voetbalclub ‘De Graafschap’ in beroep ging tegen een straf, opgelegd door de KNVB, voor het afsteken van vuurwerk: Er moet één wedstrijd voor een halfleeg stadion gespeeld worden. Mijn gedachte was meteen: “Nou, een halfvol stadion, dat valt nog mee. In ieder geval beter dan helemaal leeg.”

Het is een discussie die weer bij mij bovenkomt als ik een platte egel op straat zie. Moet ik nu roepen ‘ach, die arme egel met zijn ouderwetse defensie, of moet ik denken: ‘gelukkig, er zijn blijkbaar nog egels.’ Nou ja, korte tijd geleden was er in ieder geval nog één levende egel. De voorspelling luidt, dat de egel in 2050 in Nederland uitgestorven zal zijn.

Halfvol of halfleeg, hoe moet ik nu denken?

Recent is het zonnepark Masterveldweg in gebruik gesteld. Meer biodiversiteit dan bij landbouw, werd er beweerd. De egel zal er blij mee zijn. Maar wat moet ik denken van de opmerking dat met het park bijna 80 procent van de door de gemeente gestelde doelen voor de energieopwekking in 2030 bereikt is.

Bij het opruimen van wat boeken kwam ik laatst het boek: Nationale Milieuverkenning 1990-2010 tegen. Het is een absolute aanrader voor iemand die wil weten hoe het is om in een depressie te raken. Uit het boek blijkt dat de milieudoelstellingen in 95 procent van de gevallen bijlange na niet werden gehaald. Integendeel de situatie was verslechterd.

Bij het zonnepark lijkt er dus sprake te zijn van een vol glas. Maar is dat reëel?
Dat is nog maar sterk de vraag, want er zit behalve de egel ook nog een addertje onder het gras van de zonnepanelen.

In het midden van de negentiende eeuw constateerde de Britse econoom Jevons al, dat meer energie-efficiëntie bijna volledig teniet werd gedaan door verhoogde consumptie. Meer efficiëntie bij de stoommachine gaf meer toepassingen van de stoommachine. We zien het ook bij de ledlampen: Het heeft alleen maar geleid tot meer lichtpunten, omdat het veel goedkoper werd. De paradox van Jevons.
En we zien het nu ook duidelijk in het straatbeeld, want fietsen met spierkracht is uit de tijd geraakt. Dat doe je alleen nog maar in de sportschool bij het licht van ledlampen.

En dat dopje dan, waar slaat dat op? Tja, ik moet constateren dat ik mijn gestelde doelen ook niet altijd haal. Ik schuif ‘het dopje’ wel even voor me uit, met het flesje eraan vast natuurlijk!