
‘Ik ben niet bijzonder angstig, ik rijd alleen geen auto’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering de geboren Zutphense Laura Broekhuysen (1983). Ze is schrijver en violist. Over haar emigratie naar IJsland schreef zij het veelgeprezen Flessenpost uit Reykjavik. Nu is er nieuw werk…
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Mijn nieuwe roman Magnetisch middernacht ligt in de winkel. Mensen stappen een wereld in die tot nu alleen van mij was. Het voelt een beetje als het ontvangen van veel bezoek: je maakt je zorgen of het huis ruim genoeg is, of het eten wel lekker is, of je gasten met elkaar overweg kunnen.”
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“De muziek deel ik vooral met mijn vader, het schrijven met mijn moeder. Ik leg hen nog altijd de vroege versies van mijn boeken voor, en als viooldocente vraag ik mijn vader geregeld om advies.
Qua uiterlijk lijk ik op allebei, maar wat daarvan genetisch is en wat door hun voorbeeld is ontstaan, weet ik niet precies. Behalve mijn bruine ogen, die zijn duidelijk van vaders kant.
Als je opgroeit in een groot gezin wordt je net zozeer gevormd door je broers en zussen, je bent vrijwel nooit alleen. Het heeft jaren geduurd voordat ik erachter kwam dat ik beter functioneer in een rustige omgeving.’’
3) Mijn grootste angst in het leven is:
“Ik ben niet bijzonder angstig, ik heb zelfs een keer een stuk geschreven over mijn irrationele angstloosheid. De enige angst die mijn verschillende emigratierondes heeft overleefd is mijn angst voor het verkeer. Daarom rijd ik geen auto, wat zacht gezegd onhandig is in een land met lange afstanden en weinig openbaar vervoer.”
4) Na de dood is er:
“Het terugkeren naar de aarde; onderdeel zijn van de grote kringloop vind ik een acceptabele gedachte, zeker hier op IJsland, waar ik uit al mijn ramen gras, mos, rots en water kan zien. In de stad is het denk ik moeilijker om zo’n terug-tot-de-natuur-gevoel te cultiveren.”
5) Als ik moet kiezen: nooit meer schrijven/nooit meer viool spelen...
“Ach, als ik niet oppas ben ik dag en nacht aan het formuleren. Wanneer ik viool speel heb ik daar even pauze van, waarschijnlijk is de afwisseling essentieel voor mijn schrijverschap. Maar als het erop aankomt ben ik meer aan mijn pen gehecht dan aan mijn strijkstok.”
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“In de IJslandse fjord waar ik nu woon mis ik Zutphen vaak, dat stadje vol geschiedenis, met de gezellige markt, de klokkentorens en de oude, hoge bomen. En natuurlijk mijn ouderlijk huis, dat deel is van de middeleeuwse stadsmuur, waar mijn ouders nog altijd wonen en waarin alles heerlijk onveranderd is gebleven. Ik heb ook altijd van het grasland in de Achterhoekse uiterwaarden gehouden. Gras hebben we hier ook veel, ik voel me thuis in groen.
Langdurige sneeuw is daarom wel afzien, het gebrek aan kleur is moeilijker dan het gebrek aan warmte. Maar ik kan hier al met al prima aarden. Je bent toch vooral thuis bij je huisgenoten.”
7) De mens is monogaam:
“In mijn nieuwe roman staat een driehoeksverhouding centraal, die een heel natuurlijk verloop heeft.
Zelf ben ik toch geen voorstander van het openbreken van een huwelijk, de pijn is altijd groter dan wat het oplevert… Al is het de vraag wie van de drie die pijn gaat voelen. Het mooie van fictie is dat je het niet eens hoeft te zijn met je personages, je kunt situaties van alle kanten onder de loep nemen.”
8) Hierom huilde ik voor het laatst:
“Als ik huil is het meestal in relatie tot het sociale leven van mijn kinderen. De machteloosheid die je als ouder kunt voelen wanneer er moeilijkheden zijn wordt versterkt doordat ze opgroeien op IJsland, waar ik altijd een buitenstaander zal blijven, waar ik de codes nooit helemaal begrijp, de taal nooit helemaal beheers.
Alleen… Wanneer je geëmigreerd bent is het verleidelijk te denken dat alle moeilijkheden die je tegenkomt een gevolg zijn van die ene keuze. Daarmee raakt elke situatie vertekend, krijgt elk wissewasje gewicht, waardoor je voortdurend je hele leven ter discussie kunt stellen.”
9) Mensen met accent en of tongval zijn:
“Of mensen een accent hebben hangt af van je perspectief. Als je een beetje uitzoomt zijn Nederlands, Duits, IJslands en Deens allemaal dialecten van dezelfde taal.
Het is wel praktisch als je je buiten je eigen dorp, stad en land verstaanbaar kunt maken. Ik vind het bij mijn kinderen belangrijk dat ze de drie talen die ze spreken niet door elkaar husselen, omdat ze dan in gesprek met anderen steeds stagneren. We hebben thuis de regel dat je de zin afmaakt in de taal waarin je hem begint. Na tien jaar op IJsland is er wel iets vreemds aan de hand met mijn klinkers, vooral met de o en de ou. Op zich is dat het ergste niet, behalve dat ik het zelf niet kan horen.”
10) Dit komt op mijn steen:
“Het zijn vooral de begraafplaatsen waar je de bomen hoog uit de graven ziet steken. Op zo’n begraafplaats wil ik wel eindigen, en een mooie boom worden. Tekst op een grafsteen vind ik minder nodig. Het lijkt me wel fijn als boeken van mij later nog ergens in een bibliotheek te vinden zijn.”