
Tien jaar kegelclub Terborg. Foto: Archief Kegelclub Terborg
Foto: Archief Henk GreHonderd jaar kegelen, vriendschap en houten banen
TERBORG/GENDRINGEN - Kegelclub Alle Negen uit Terborg en kegelclub De Vriendschap uit Gendringen vieren dit jaar allebei hun honderdjarig bestaan. Twee verenigingen, opgericht in 1926, met een eigen geschiedenis, eigen banen en eigen leden. Maar ook met veel overeenkomsten: middenstanders, ballotage, onderlinge wedstrijden, verdwenen kegelbanen en vooral veel kameraadschap.
Door Meindert Bussink
“Wij hebben jaren in Gendringen bij Van Dielen gekegeld met De Vriendschap”, vertelt Henk Greven van Alle Negen. “Daar is altijd een connectie mee geweest. Jarenlang speelden we twee keer per jaar tegen elkaar. Zij bij ons en andersom.”
Die Gendringse baan in Het Posthuis is inmiddels al jaren dicht. De Vriendschap kegelt tegenwoordig in Doetinchem. Alle Negen speelt nog altijd in Terborg, bij De Roode Leeuw, al is ook daar de toekomst onzeker door mogelijke bouwplannen.
Bekende namen
Alle Negen werd op 26 oktober 1926 opgericht in Terborg. De oprichters droegen bekende Terborgse namen als Epskamp, Kaak, Looman, Vos en Polman. De allervroegste papieren gingen in de oorlog bij een brand verloren, maar bekend is dat er al eerder werd gekegeld op houten banen bij café Van Duren aan de Paasberg.
Later kwam er een kegelbaan achter Hotel Het Wapen van Terborgh. De eerste voorzitter van Alle Negen was A.H. Epskamp. Hij bleef dat veertig jaar.
In Gendringen kwam op 26 mei 1926 bij Hotel Van Dielen, Het Posthuis, een groep mannen bijeen om De Vriendschap op te richten. Volgens het jubileumboek waren dat onder anderen hoteliers, bakkers, een slager, een kruidenier, een manufacturier en mensen met een band met de Gelderse Tramwegen. “De geschiedenis van de club leert dat het allemaal middenstanders waren”, zegt Peter Geerdink, die twintig jaar lid is van De Vriendschap. “Echt een eigen clubje.”
Ballotage
Wie lid wilde worden, kwam er vroeger niet zomaar bij. Bij De Vriendschap moest honderd procent van de leden akkoord zijn. Eén tegenstem was genoeg. “De laatste twintig jaar is dat er wel af”, zegt Geerdink. “Het is nu echt een vriendenclub geworden.”
Wim Schattevoet, bijna dertig jaar lid, glimlacht: “Nu zijn we al blij als je iemand kunt vinden.”
Ook bij Alle Negen kende men ballotage. Greven werd door zijn vader op het kegelen gewezen. “Mien vader vond kegelen zo geweldig en zei: dat lijkt me ook wel iets voor jou. Je moest dan wel door een soort ballotage. Als er eentje tegen was, moest je dat bij de voorzitter kenbaar maken. Maar nu zal het niet meer zo streng zijn. Nu zijn we blij als er iemand bij komt.”
Van houten banen naar kunststof
Aan het spel zelf is volgens Greven weinig veranderd. “Je probeert gewoon om ze allemaal om te gooien. Tien keer een negen gooien is het mooiste.”
Vroeger ging dat op houten banen, met houten ballen en kegeljongens achter de baan. “Die konden een centje bijverdienen”, zegt Greven. “Ze verdienden drie gulden met het opzetten van de kegels. Of soms ook helpen ‘um d’r een paar um te schuppen’.”
Bij De Vriendschap kwamen in 1967 elektrische kegelopzetters. Daarmee verdween ook daar vermoedelijk het werk van de kegelopzetters. In Terborg wordt nu gespeeld op een baan die door Stef Kaak achter Hotel De Roode Leeuw werd gebouwd. De opening was in 1978. Daar kegelt Alle Negen nog steeds.
De Vriendschap verloor in 2006 de baan in Het Posthuis. Daarna week de club uit naar Lichtenvoorde, later naar Silvolde en sinds 2018 naar de Frielinkhof in Doetinchem. “Het maakt eigenlijk niet uit waar je zit”, zegt Geerdink. “Maar het zou wel leuk zijn om in Gendringen te kunnen kegelen.”
Geen bacchanaal
Wie denkt dat kegelen vooral bier drinken is, krijgt van de heren uit Gendringen direct tegengas. “Het is geen bacchanaal”, lacht Schattevoet. Geerdink vult aan: “Het is een sport én een vriendenclub.”
Bij wedstrijden wordt volgens hem nauwelijks gedronken. “Je gooit om en om op twee banen. Het is een hele technische sport. Je probeert negen kegels om te gooien terwijl de rest zit te praten of te kijken.”
Toch is het sociale minstens zo belangrijk als de prestatie. “Je deelt lief en leed en weet heel veel van elkaar”, zegt Geerdink. Schattevoet: “Het is voornamelijk sociaal. Het laatste nieuwe lid was hovenier en toen ging het allemaal over tuinen. Nu meer over voetbal.”
Greven zegt het bijna hetzelfde over Alle Negen: “Je bent iedere week bij elkaar, dus je kent elkaar van haver tot gort.”
Bijna familie
Die trouw valt op. Greven is 54 jaar lid van Alle Negen en is nog niet eens het langstzittende lid. Dat is Joop Koerman. Alle Negen heeft nog twintig leden. “Sommige clubs hebben er wel meer, maar dan komt de helft niet. Twintig is precies goed, dan kom je nog eens aan de beurt.”
Bij De Vriendschap zijn nog negen leden over. Peter Geerdink is met 68 jaar de jongste. Nieuwe aanwas is lastig. “Vroeger gingen zonen met hun vader mee”, zegt Schattevoet. “Maar als je het nu zo tegen jeugd zegt, krijg je denk ik weinig respons.” Geerdink ziet misschien nog kansen bij een vriendengroep van vier of vijf mannen.
Bij Alle Negen is de vergrijzing eveneens voelbaar. “Ik ben op mijn 29ste begonnen”, zegt Greven. “Maar nu is een jongere wel 60 jaar.”
Toch komen de leden trouw. “Oud-leden gaan alleen dood”, zegt Greven droog. “Je gaat er niet makkelijk vanaf. Als je lid bent, dan kom je ook.”
Krentenbrood en fietstochten
Beide clubs kennen hun eigen tradities. Bij Alle Negen is er een europot. Wie verliest, betaalt een euro. Als de pot vol is, gaan de leden ervan eten. De club heeft ook een feestcommissie. Greven toont een lijst waarop verjaardagen, trouwdagen en lidmaatschapsdata van de leden staan. “Bij geboortes is er bijvoorbeeld groot feest met een krentenbrood van anderhalve meter.”
De Vriendschap organiseert naast de wekelijkse kegelavond ook uitjes. Vroeger was er een dagje uit in mei en op de woensdagmiddag na de kermis een fietsmiddag. “Maar dat wordt door de hoge leeftijden wel steeds moeilijker”, zegt Schattevoet. “We hebben een paar keer bijna een ongeluk gehad.”
De maandelijkse contributie bedraagt bij beide clubs 25 euro. Grote financiële zorgen zijn zodoende niet, zegt penningmeester Geerdink. "We kunnen de huur prima betalen en organiseren twee keer per jaar activiteiten.”
Verdwijnende banen
De grootste zorg zit niet in het geld, maar in de toekomst van de kegelsport. Kegelbanen verdwenen de afgelopen jaren op meerdere plekken. Gendringen raakte Het Posthuis kwijt. Ook Lichtenvoorde en Aalten gingen dicht. De Vriendschap speelt nu noodgedwongen in Doetinchem.
In Terborg vreest Alle Negen dat de eigen baan bij De Roode Leeuw op termijn moet verdwijnen door bouwplannen. “Wij weten het gewoon niet”, zegt Greven. “Misschien gaat het helemaal niet door. Maar door die onzekerheid komt er ook geen jongere aanwas. Het is een zwaard van Damocles.”
Op 26 oktober bestaat Alle Negen honderd jaar. Hoe het jubileum precies wordt gevierd, weet Greven nog niet. "Ik denk met een mooie groepsfoto.” Maar hij wil het eeuwfeest niet geruisloos voorbij laten gaan. "We bestaan zo honderd jaar en dan worden we eruit geflikkerd. Ik laat dit niet zo voorbijgaan.”
De Vriendschap viert het eeuwfeest op 26 mei. Voor de huidige leden is er een jubileumdag en op 24 juni is er in Doetinchem een speciale avond voor oud-leden. Ook verschijnt er een jubileumboek over de geschiedenis van de club.
Zelfde verhaal
De verhalen van Terborg en Gendringen lopen niet gelijk, maar raken elkaar voortdurend. De clubs kegelden jarenlang tegen elkaar. Ze deelden de liefde voor dezelfde sport, dezelfde sfeer en dezelfde cultuur. En nu delen ze ook dezelfde vraag: hoe lang blijft er nog ruimte voor kegelen?
Voor de leden is het antwoord eenvoudig. Zolang er een baan is, rollen de ballen door.
Want kegelen is voor hen meer dan een spelletje. Het is een wekelijkse afspraak, een vriendenclub, een geschiedenis van honderd jaar. Zoals Geerdink het samenvat: “Je deelt lief en leed.” En zoals Greven zegt: “Je kent elkaar van haver tot gort.”


