Femia Siero bij Huis Landfort, haar nieuwe werkomgeving. “We begonnen Wiesneus met 500 leerlingen, nu zijn het er al 5.000, die in het Achterhoeks les krijgen.” Foto: Roel Kleinpenning
Femia Siero bij Huis Landfort, haar nieuwe werkomgeving. “We begonnen Wiesneus met 500 leerlingen, nu zijn het er al 5.000, die in het Achterhoeks les krijgen.” Foto: Roel Kleinpenning

Streektaal: van vijf voor twaalf naar half twaalf

Cultuur

MEGCHELEN – Het gaat goed met het Achterhoeks. De Nedersaksische streektaal leek begin deze eeuw ten dode opgeschreven maar zit anno 2025 in de lift. “Het is niet meer vijf voor twaalf maar half twaalf.”

Door Henk Waninge

Het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de herwaardering en het gebruik van de streektaal. Dat stelt voormalig directeur Femia Siero (56) uit het Achterhoekse Voorst in een gesprek in een kantoorruimte van Huis Landfort in Megchelen, haar nieuwe werkplek.

Met diverse voorbeelden illustreert Siero die bewering, zoals lespakketten voor scholieren, woordenboeken, lezingen, streektaalsymposium, speciale projecten, (pubquiz op de Zwarte Cross!), te veel om op te noemen. En wat te denken van de cursus Achterhoek(s)? Ja, die bestaat echt. Jao, jao.

Even terug in de tijd. Toen Siero in 2010 als (beoogd) directeur in Doetinchem begon, bestond het Erfgoedcentrum nog niet. Wel waren de fusieplannen tussen het Staring Instituut en het Achterhoeks Archief, dat de archieven van Aalten, Bronckhorst, Winterswijk, Berkelland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Montferland en Doetinchem beheerde, in een vergevorderd stadium.

Ex-directeur erfgoedcentrum Femia Siero: ‘Nedersaksisch is ‘n prachtige taal’

Siero: “Eigenlijk was er niets. We zaten als haringen in een ton in een kelder van het oude belastingkantoor. Het archief was niet compleet en sommige archiefstukken waren in een slechte staat. We waren ook niet zichtbaar voor de mensen. Maar nog in de zomer van hetzelfde jaar kwam er een eind aan deze situatie. We verhuisden naar een nieuw gebouw, ‘t Brewinc, met goede voorzieningen en een mooie studiezaal. Nu konden we bezoekers op een fatsoenlijke manier ontvangen, het stoffige karakter was verdwenen.”

“Ik ben archivaris en in die hoedanigheid is het mijn wettelijke plicht archiefstukken tot de eeuwigheid te bewaren. Dus de eerste jaren zijn we drukdoende geweest om alles wat er achter de kluisdeuren lag op orde te brengen en toegankelijk te maken. Tegelijkertijd hebben we de digitalisering, onder andere van populaire stukken als burgerlijke stand, notariële akten en topstukken, ter hand genomen.”

“Vervolgens zijn we met de collectie en de kennis daarover naar buiten getreden via (thema)exposities, lezingen en cursussen en hebben contact gezocht met andere culturele instellingen en gemeenten. Je moet je profileren, men moet weten dat je er bent en wat je te bieden hebt. Er is zoveel informatie voorhanden, bijzondere verhalen voor iedereen – soms te mooi om waar te zijn – en er staan altijd mensen klaar om bezoekers te helpen en wegwijs te maken.”

Erkenning
Siero heeft in haar 14 jaar als directeur een stevig fundament gelegd onder het Erfgoedcentrum, dat zich sterk maakt voor de streektaal, historie en cultuur van de Achterhoek en Liemers. Vooral met de taal gaat het crescendo. Het promoten en stimuleren van het Achterhoeks (onderdeel van het Nedersaksisch), samen met andere partijen en organisaties, begint zijn vruchten af te werpen.

“Ik durf met trots te zeggen dat we een belangrijke bijdrage hebben geleverd op het gebied van de taal, aan het gebruik en de waardering van de streektaal. De erkenning van het Nedersaksisch in 2018 als regionale taal heeft daarbij zeker geholpen; dat heeft een enorme boost gegeven. Wij werden door de provincie aangewezen als taalinstituut voor het Nedersaksisch in Gelderland waardoor we subsidie kregen voor allerlei projecten.”

Wellicht het bekendste project is Wiesneus; een lespakket voor basisscholen. Kinderen van groep 6, 7 en 8 maken op speelse wijze kennis van de streektaal met behulp van een tijdschrift vol leuke verhalen, liedjes, opdrachten en puzzels, dat allemaal in het Achterhoeks.

In het verlengde daarvan zijn er diverse andere lespakketten ontwikkeld; voor peuters, en middelbare scholieren. Siero: “We begonnen Wiesneus met 500 leerlingen, nu zijn het er al 5.000, die jaarlijks een les in het Achterhoeks krijgen.”

Maar er is meer. Een willekeurige greep: de uitgifte van het magazine Oer, de verkiezing van het Beste Boek van Achterhoek en Liemers, het Stimuleringsfonds Nedersaksisch Gelderland (toekennen van subsidie aan toneelclubs en muziekgroepen die zich van streektaal bedienen), het muziekfestival Plat Gespöld, de cursus Achterhoeks (hoe groet je een Achterhoeker, wat zijn de omgangsvormen, hoe schrijf ik in het dialect?).

‘Plat praoten geneest neet, maor vuult wel better!’

Een speciale vermelding verdient het project Streektaal in de Zorg. Uit onderzoek en ervaring is gebleken dat (oudere) mensen die van nature plat praten graag in die taal willen communiceren als ze zorg nodig hebben. Dat voelt vertrouwd en kan het ijs sneller breken. In dit verband wordt wel eens gezegd: ‘Plat praoten geneest neet, maor vuult wel better!’

Niet alleen met de taal gaat het crescendo, parallel hieraan groeit de eigenwaarde en het zelfbewustzijn van de Achterhoeker. Dat proces is decennia geleden in gang gezet door de boerenrockers van Normaal, met in het verlengde groepen als Boh Foi Toch en Bökkers, en manifesteert zich nu op tal van terreinen.

“Denk aan de Achterhoekse vlag, die je op steeds meer plaatsen ziet. Zoals tijdens het boerenprotest in 2019 toen trekkers in een grote optocht naar Den Haag reden. Overal was die vlag te zien. Ook bij jongeren is dat logo populair en dat zie je terug op allerlei voorwerpen en attributen, zoals petten en sjaals. Denk aan de Zwarte Cross en de impact daarvan. Een ander mooi voorbeeld van dat groeiende zelfbewustzijn kom je op scholen tegen. Toen tien jaar een streektaalconsulent in een klas van een mbo-school vroeg wie er plat praatte, was er maar één leerling die zo moedig was om zijn vinger op te steken. Nu, zo is dat de consulent gebleken, is dat meer dan de helft van de klas. Een geweldige ontwikkeling met bijkomend voordeel dat je dan tweetalig bent,” zegt ze.
Volgens Siero is de Achterhoek een sterk merk en het Nedersaksisch een prachtige taal. “Dat vind ik oprecht. Vooral de eigenheid, waarbij je woorden en uitdrukkingen gebruikt die het Nederlands niet kent, is mooi. En pas op, het is geen dialect, zoals het Haags of Utrechts, dat is een vervorming van het ABN. Net als het Fries en Limburgs bestond het Nedersaksisch al voordat er sprake was van zogenaamd Algemeen Beschaafd Nederlands.”

Huis Landfort
Vanaf begin dit jaar richt ze haar aandacht op Huis Landfort in Megchelen. Weer in de functie van directeur en ze blijft zich bezighouden met erfgoed. “Veertien jaar is best een lange periode, ik heb die op een fijne manier afgesloten. Kijk eens wat een prachtige omgeving”, zegt ze, naar buiten wijzend waar het landhuis met funderingen uit 1434, het gerestaureerde koetshuis en de (moes)tuinen op die dag in nevelen zijn gehuld.

Beheer, onderhoud en exploitatie van de buitenplaats, oppakken van projecten en initiatieven die daartoe bijdragen, zoals klimaatbeheersing, geven van rondleidingen en promoten van Huis Landfort met zijn boeiende historie (sterke band met Schloss Anholt) behoren tot haar takenpakket.

“Het is geen museum maar een buitenplaats, die wordt bewoond. Je mag bij ons in huis komen kijken naar de bijzondere collectie. Hier wordt geleefd, er zijn concerten, lezingen, open tuindagen met historische fruit- en bloemsoorten. En dat alles wordt gedaan met hulp van 80 vrijwilligers.”

Wiesneus
We gaan nog even terug naar de aanleiding van dit gesprek en vragen haar wat het Nedersaksisch nog meer op de kaart zou zetten. “Dan denk ik in de eerste plaats aan Wiesneus en de andere lespakketten. Dat is nu een keer per jaar, dat zou veel meer moeten zijn. Ook bij voortgezet onderwijs zou er specifieke aandacht moeten komen voor streektaal zoals ze bij het Graafschap College dat nu ook gaan doen. Op de werkvloer kom je van allerlei mensen tegen, zoals Duitsers, die plat praten en dat verstaan. Voorts zou er meer waardering van gemeenten moeten komen. Voorbeeldje: als er nieuwe inwoners in een plaats komen, stuur dan een welkomstpakketje in twee talen. Tenslotte zou het niet gek zijn als er jaarlijks minimaal tijdens één raadsvergadering plat wordt gepraat. Daar wordt nu lacherig over gedaan, maar het moet normaal worden dat ook serieuze zaken in de streektaal worden besproken.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant