"De culturele omzet is 23 procent hoger dan begroot, maar de horecaomzet  blijft veel te ver achter," aldus interim directeur-bestuurder Cleo Sissingh Illustratie: M. Bussink

"De culturele omzet is 23 procent hoger dan begroot, maar de horecaomzet  blijft veel te ver achter," aldus interim directeur-bestuurder Cleo Sissingh Illustratie: M. Bussink

Illustratie: M. Bussink

Culturele groei geeft DRU houvast, horeca krijgt tijd voor herstel

Cultuur

ULFT – De culturele en maatschappelijke activiteiten van het DRU Industriepark ontwikkelen zich beter dan verwacht. De omzet lag in de eerste helft van 2026 bijna 23 procent boven de begroting en bijna 24 procent hoger dan een jaar eerder. De horeca blijft echter fors achter. Daardoor loopt de totale organisatie ruim 322.000 euro achter op de begroting. Met een tijdelijke lening en uitstel van huur geeft de gemeente de DRU ruimte om verder aan herstel te werken.

Door Meindert Bussink

Interim directeur-bestuurder Cleo Sissingh presenteerde de halfjaarcijfers maandagavond aan de gemeenteraad van Oude IJsselstreek. Die laten een duidelijk verschil zien tussen de culturele stichting en de horeca. De stichting zelf loopt, los van het resultaat van de horeca, nagenoeg volgens begroting. Het culturele en maatschappelijke aanbod levert bovendien meer op dan verwacht.

De omzet uit culturele en maatschappelijke evenementen bedroeg in het eerste halfjaar 169.018 euro, tegenover 137.500 euro begroot. Ook het bruto rendement, de inkomsten minus de directe inkoopkosten, ligt met 281.137 euro ruim 21.000 euro boven de begroting.

Volgens Sissingh heeft de organisatie op dit deel van de exploitatie inmiddels meer grip. „De culturele omzet is 23 procent hoger dan begroot en 24 procent hoger dan vorig jaar. Maar het slechte nieuws, en dat is echt slecht nieuws, is dat die horecaomzet veel te ver achterblijft in het eerste halfjaar.”

Twee verschillende cijfers
De horeca had in de eerste zes maanden bijna 1,16 miljoen euro omzet moeten behalen, maar kwam uit op 776.727 euro. De omzet bleef daarmee exact 383.260 euro achter bij de begroting.

Onder de streep leed de horeca in het eerste halfjaar 434.184 euro verlies. Er was al rekening gehouden met een verlies van 119.467 euro, maar het resultaat viel dus 314.717 euro slechter uit dan voorzien. Samen met een kleinere afwijking bij de stichting loopt de totale organisatie 322.477 euro achter op de begroting.

Die tegenvaller bij de horeca raakt ook de culturele activiteiten. De horeca betaalt huur en servicekosten en draagt daarnaast via interne doorbelastingen en eventuele winst bij aan de stichting. Voor heel 2026 was die bijdrage voorzichtig geraamd op ongeveer 650.000 euro.

„Als de horeca zo ver achterblijft dat zij niet in staat is om die doorbelasting en andere bedragen aan de stichting te betalen, dan komt de stichting in gevaar”, zei Sissingh.

Herstel kost tijd
De DRU heeft inmiddels een horecaoffensief ingezet. Daarbij richt de organisatie zich onder meer op bedrijfsfeesten, congressen, bruiloften en grotere evenementen in de SSP-hal. Ook zijn kortingen en arrangementen ontwikkeld en worden regionale en landelijke bedrijven actief benaderd.

Voor de SSP-hal lopen momenteel drie omvangrijke offertetrajecten met ieder een mogelijke omzet van minimaal 50.000 euro. De organisatie heeft daarnaast weer eigen technisch personeel in dienst, waardoor zij minder afhankelijk wil worden van externe inhuur.

Een snel herstel tot het eerder behaalde omzetniveau wordt niet verwacht. Grote bedrijfsfeesten, bruiloften en congressen worden volgens Sissingh vaak driekwart jaar tot een jaar van tevoren geboekt. Het horecaoffensief kon bovendien pas tegen het einde van het tweede kwartaal voluit worden ingezet.

De horecaomzet groeide tussen 2011 en 2024 van ruim 1,4 miljoen naar iets meer dan 3 miljoen euro. In 2025 zakte de omzet terug naar ongeveer 1,95 miljoen euro. De DRU schrijft die daling voor een belangrijk deel toe aan de negatieve publiciteit rond de financiële problemen en de onzekerheid over de toekomst van de organisatie.

Wethouder Marco Bennink zei tijdens de commissievergadering eveneens dat voortdurende aandacht voor uitsluitend de financiële problemen niet helpt om de noodzakelijke omzetgroei te bereiken. Dat is een verklaring van de DRU die het college onderschrijft; hoeveel omzet hierdoor zou zijn misgelopen, blijkt niet uit de stukken. Daarin worden ook andere factoren genoemd die het horecaresultaat drukten. Zo leidden ziekte, personeelswisselingen en het vertrek van de chef-kok en souschef tot extra externe inhuur, terwijl het extreem warme weer voor voedselderving zorgde. De DRU kwantificeert niet hoeveel omzetverlies of extra kosten elk van deze factoren afzonderlijk heeft veroorzaakt.

De DRU verwacht wel enig positief effect van het najaar, maar niet dat de achterstand uit de eerste helft van het jaar volledig wordt weggewerkt. Sissingh noemde de exploitatie nog niet hersteld. „We hebben echt nog een hoop werk te doen, omdat het ver weg is gezakt.”

Lening en huuruitstel
De liquiditeitsproblemen kwamen volgens het college eerder dan verwacht. Om te voorkomen dat de DRU niet meer aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen, besloot het college op 25 augustus tot een aantal tijdelijke maatregelen.

De stichting kan maximaal 250.000 euro lenen voor een periode van zes maanden. Over die lening wordt 3 procent rente betaald. Daarnaast is de maandelijkse huur van 59.724 euro met terugwerkende kracht vanaf juni tot nader order opgeschort. De huur wordt niet kwijtgescholden: de gemeente houdt iedere maand een nieuwe vordering op de stichting.

Ook heeft de gemeente facturen voor het gebruik van onder meer de raadzaal en ruimten door STOER over de tweede helft van 2026 vooruitbetaald. Daarmee krijgt de DRU aanvullende financiële ruimte, maar neemt ook het financiële risico voor de gemeente verder toe.

Bennink benadrukte dat de maatregelen uitsluitend bedoeld zijn als overbrugging. „Ik wil daarbij nadrukkelijk benadrukken dat dit geen structurele oplossing is. Het is een tijdelijke maatregel om de stichting door deze periode heen te helpen en de ruimte te creëren om verder te werken aan herstel.”

Nieuwe keuzes
Begin oktober komt een voorstel naar de gemeenteraad over de acute maatregelen die nodig zijn om de continuïteit gedurende de rest van 2026 te waarborgen. Daarbij wordt ook gekeken naar het eerder geraamde jaartekort van ruim 303.000 euro.

Later dit jaar moet de raad meer inzicht krijgen in de verhouding tussen de gemeentelijke subsidie en het culturele en maatschappelijke aanbod. Volgens Bennink zijn die twee rechtstreeks met elkaar verbonden. Wanneer de gemeente minder financiële ruimte beschikbaar stelt, zullen volgens hem ook inhoudelijke keuzes over het aanbod moeten worden gemaakt.

Begin 2027 moet een meerjarenplan volgen. Daarin worden ook de schuldenpositie, noodzakelijke investeringen en de structurele exploitatie betrokken. „Het doel is uiteindelijk niet om van de ene tijdelijke maatregel naar de andere te gaan, maar om te komen tot een duurzame en toekomstbestendige oplossing voor het DRU Industriepark”, aldus Bennink.

Vanuit de oppositie klonk na de presentatie nog de nodige terughoudendheid. Gülden Siner-Sir van PRO! wees erop dat de gemeenteraad de afgelopen jaren vaker heeft gehoord dat er een oplossing en perspectief kwamen. „Toch spreken we vanavond over liquiditeit en ook over continuïteit.” Haar fractie wil daarom niet alleen vertrouwen horen, maar vooral weten op welke feiten en bedragen dat vertrouwen is gebaseerd.

Omdat de raadsleden meer tijd nodig hebben om de cijfers en de onderliggende stukken te bestuderen, wordt de commissievergadering komende maandag voortgezet.

Meer over de het DRU Industriepark op geldersepost.nl/dossierdru

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant