
Illustratie: M. Bussink
Illustratie: M. BussinkDossier DRU: Wie benoemde de toezichthouder?
Maatschappij Dossier DRUDossier DRU deel 4
ULFT – De bestuurscrisis bij Stichting DRU Industriepark lijkt na maanden van onduidelijkheid nog altijd niet volledig opgelost. Begin november besloot de voltallige Raad van Toezicht (RvT) af te treden, maar de Kamer van Koophandel vermeldde dat een maand later nog drie leden actief waren. Tegelijkertijd werd er een vacature geplaatst voor een nieuw lid van de RvT, zonder dat duidelijk was wie dat traject begeleidde. De gang van zaken roept vragen op over transparantie, toezicht en de naleving van statutaire en wettelijke regels.
Door Meindert Bussink
Op 6 november 2024 besloot de voltallige Raad van Toezicht van de DRU Industriepark haar functie neer te leggen. Op 17 december stonden nog steeds drie leden, onder wie voormalig voorzitter Susanne Katus, als actief ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. In een schriftelijke reactie gaf Katus aan dat de administratieve afhandeling nog niet door iedereen was afgerond. Ze zou haar voormalige collega’s daarop attenderen.
Benoemingsprocedure gestart zonder actieve Raad
Opmerkelijk is dat al op 9 december een vacature verscheen op de website Culturele Vacatures. In de vacature stond de bestuurssecretaris vermeld als contactpersoon. Die persoon maakt echter geen deel uit van de Raad van Toezicht en bekleedt ook geen bestuursfunctie bij de DRU. Directeur-bestuurder Gerk van der Wal is statutair verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de stichting.
In de statuten van de DRU (artikel 9.3) staat dat leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de zittende RvT. Als die er niet is, bepaalt artikel 10.8 dat het bestuur binnen drie maanden de rechtbank moet verzoeken om een nieuw lid te benoemen. De procedurele onduidelijkheid roept vragen op over wie bevoegd was om het selectieproces te starten en wie kandidaten moest beoordelen.
Governance Code Cultuur
De vacaturetekst stelde dat het nieuwe lid onder meer ‘de integriteit van het toezichtproces van de RvT’ moet waarborgen en de governance moest helpen ‘opbouwen en inrichten conform de Governance Code Cultuur’. Volgens de Governance Code Cultuur is een duidelijke rolverdeling essentieel om rolvermenging te voorkomen. Een Raad van Toezicht moet onafhankelijk zijn en niet onder directe aansturing van de bestuurder functioneren. Maar hoe onafhankelijk is een benoeming die onder verantwoordelijkheid van de bestuurder lijkt te zijn opgestart, zonder actieve RvT? Volgens de statuten is juist die Raad bevoegd om nieuwe leden te benoemen – en bij het ontbreken daarvan is de rechtbank aan zet. Toch werd al direct een wervingsprocedure gestart.
Zorgvuldige procedure van cruciaal belang
Terugblikkend reageert Katus eind maart: “Het klopt dat doordat wij ons hebben teruggetrokken de situatie ingewikkeld werd qua benoeming van nieuwe RvT. Het is zeker gezien de situatie belangrijk dat er een goede interne toezichthouder komt met kennis en ervaring in toezichthouden en een goede rolverdeling waar iedereen zich aan houdt. Dus een zorgvuldige procedure is van cruciaal belang voor het vinden van RvT leden met deze competenties. Wij hebben ons teruggetrokken dus ik weet niet hoe de procedure is gegaan. Ik zou Jeanine Kock de wethouder Oude IJsselstreek vragen of zij meer weet vanwege de rol van gemeente als subsidieverstrekker.“
De gemeente positioneert zich als buitenstaander
Toen ik in december deze situatie al aan de gemeente voorlegde, was de reactie kort: “Voor vragen over de RvT moet je bij de Stichting DRU Industriepark zijn. Maar je geeft al aan dat je de vragen daar hebt neergelegd.” De gemeente positioneert zich hierdoor als buitenstaander, terwijl zij via de subsidierelatie mogelijk wel degelijk invloed of betrokkenheid had of zou moeten hebben. Er wordt geen inhoudelijk antwoord gegeven over iets dat in het publieke domein ligt, zoals de rechtsgeldigheid van een benoemingsprocedure bij een mogelijk lege RvT.
De governance code cultuur onderstreept dat publieke partners zoals gemeenten mede belanghebbenden zijn in het toezichtproces. Hun afstandelijkheid is opvallend in het licht van de situatie. Een essentieel juridisch punt, de onduidelijkheid over artikel 10.8 over de rechterlijke benoeming bij een lege RvT, blijft onbeantwoord. Had de gemeente zich hier wel afzijdig moeten houden, gezien haar belang als medefinancier? Was de gemeente op de hoogte van het vertrek van de voltallige RvT en heeft hierover vooraf of achteraf overleg plaatsgevonden met het bestuur van de stichting? Heeft de gemeente, in het licht van haar subsidierol, contact gehad over de benoemingsprocedure van een nieuwe RvT — of bijvoorbeeld advies gegeven over een zorgvuldige invulling daarvan, al dan niet via de rechter?
Rechter: benoeming toezichthouder via rechtbank niet toegestaan
Eind maart kan de Rechtbank Gelderland mij nog niet veel vertellen, behalve dat er een verzoekschrift is ingediend. Op 14 april 2025 wees de rechtbank het verzoek van de stichting om via artikel 2:299 van het Burgerlijk Wetboek een nieuw toezichthouder te laten benoemen echter af. Reden: dit wetsartikel is uitsluitend van toepassing op bestuursleden van een stichting, niet op leden van een Raad van Toezicht.
Hoewel de DRU verwees naar haar statuten – waarin nadrukkelijk staat dat de rechtbank een toezichthouder mag benoemen – oordeelde de rechter dat het gesloten systeem van verzoekschriftprocedures in het civiele recht dit niet toelaat. “De Raad van Toezicht vormt niet het bestuur van de stichting en artikel 2:299 BW is dan ook niet van toepassing,” aldus de rechtbank.
De rechtbank baseerde zich op parlementaire toelichting bij de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Daaruit blijkt dat de wetgever er bewust voor koos om rechterlijke benoemingen alleen bij bestuursvacatures mogelijk te maken. De rechter concludeerde dan ook dat de DRU zich niet op de wet kon beroepen, ondanks haar statutaire bepaling. Het verzoek werd afgewezen.
Is de nieuwe Raad van Toezicht onafhankelijk?
De nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht Hans de Vroome trad in het voorjaar aan, maar reageert tot nu toe niet op zowel inhoudelijke als procedurele vragen. Afstemming met de directeur-bestuurder is volgens hem nodig. Hoewel begrijpelijk in een fase van opbouw, werpt die afstemming opnieuw vragen op over de onafhankelijke positie van de nieuwe toezichthouder. Die onafhankelijkheid is een basisprincipe in de Governance Code Cultuur, waarop de vacaturetekst van december zich nadrukkelijk baseerde.
Een gesprek met deze krant op 15 mei werd uitgesteld met het argument dat een gezamenlijk communiqué met de gemeente in voorbereiding is en pas in de tweede helft van juni werd gedeeld. De vraag over de onafhankelijkheid van de RvT ten opzichte van de directeur-bestuurder blijft onbeantwoord — terwijl dat precies raakt aan een kernprincipe van goed toezicht. Dit roept de vraag op of hier een patroon ontstaat van gecoördineerde terughoudendheid waarbij het toezicht zich in zijn communicatie grotendeels laat sturen door het bestuur en door bestuurlijke timing; een raadsproces voor het zomerreces.
Directeur stuurt selectie nieuwe toezichthouders
Na enkele herinneringen in maart en mei op de vragen uit december reageert Van der Wal begin juni 2025 dat volgens de statuten “de bestuurder zorg dient te dragen voor een nieuwe raad van toezicht” en dat “de rechtbank geen rol heeft in die procedure”. Dat is opvallend, omdat artikel 10.8 van de statuten juist bepaalt dat de rechtbank moet worden verzocht om een toezichthouder te benoemen wanneer de volledige RvT ontbreekt en pas als dat niet lukt, mag het bestuur zelf iemand benoemen.
In de reactie presenteert Van der Wal de gang van zaken als zorgvuldig en transparant. Het proces is begeleid door de bestuurssecretaris, de ondernemingsraad had een voordrachtsrecht en heeft dat gebruikt, de gemeente is betrokken en heeft kandidaten voorgedragen en alles is gedocumenteerd en getoetst door een onafhankelijk advocatenkantoor.
Dit klinkt procedureel zorgvuldig, maar het fundamentele punt blijft: is de selectieprocedure legitiem als de bevoegdheid om nieuwe RvT-leden te benoemen volgens de statuten bij de rechtbank lag? Documentatie en betrokkenheid van externe partijen kunnen een onjuiste procedure niet per se corrigeren.
Ook onderstreept de directeur zijn visie op governance: “de bestuurder bestuurt, de toezichthouder houdt op hoofdlijnen toezicht.” Dat is geheel in lijn met de Governance Code Cultuur, maar paradoxaal genoeg is dit in contrast met het feit dat de bestuurder nu de samenstelling van het toezichthoudend orgaan zelf heeft geleid, wat juist een risico is op rolvervaging, zoals de Governance Code wil voorkomen.
Beperkt inzicht en verantwoording
De DRU ontvangt jaarlijks aanzienlijke subsidies van de gemeente Oude IJsselstreek. Die financiële afhankelijkheid vraagt om een transparante, professioneel ingerichte governance. Toch blijven vragen over de bestuurlijke verhoudingen en toezicht grotendeels onbeantwoord. Zo blijft onduidelijk wie verantwoordelijk was voor de selectie van de nieuwe RvT, hoe onafhankelijk die procedure verliep en ook ontbreekt publieke verantwoording over hoe de vorige Raad tot haar besluit kwam om af te treden, en welke lessen daaruit zijn getrokken.
De stichting DRU Industriepark is op weg naar herstel, met een nieuwe Raad van Toezicht en bestuurlijke plannen voor de toekomst. Toch blijft het beeld hangen van een onduidelijk, onvolledig uitgelegd overgangsproces, waarbij verantwoordelijkheden en bevoegdheden zich bewogen in een bestuurlijke grijze zone. Publieke instellingen die afhankelijk zijn van gemeenschapsgeld hebben niet alleen baat bij professioneel toezicht, maar ook bij het vertrouwen dat dat toezicht volgens de regels is ingericht – en publiek verantwoord wordt.








