Paasvuur Megchelen 2026. Foto: Roel Kleinpenning
Paasvuur Megchelen 2026. Foto: Roel Kleinpenning Foto: Roel Kleinpenning

Paasvuur Megchelen trekt publiek, discussie laait op

Maatschappij

Strengere regels en gezondheids-zorgen zetten traditie van 208 jaar onder druk

Door Meindert Bussink

OUDE IJSSELSTREEK – Het geluid van motorzagen, ronkende trekkers en een optocht met fakkels en muziek: in Megchelen stond het paasweekend opnieuw in het teken van traditie en saamhorigheid. Tegelijkertijd groeit de discussie over de rook die bij deze eeuwenoude vuren vrijkomt en de regels die daarvoor gelden.

In de gemeente Oude IJsselstreek waren dit jaar vijf paasvuren toegestaan. Het ging om één groot vuur in Megchelen, met een maximale omvang van 200 kuub hout, en vier kleinere vuren tot maximaal 50 kuub.

Volgens de gemeente worden meldingen van rookoverlast doorgaans gedaan via het gemeentelijk meldpunt of via het provinciale meldpunt Milieuklacht Gelderland. Aansluiting bij de landelijke Stookwijzer, waarbij meldingen automatisch bij gemeenten binnenkomen, wordt op dit moment niet overwogen. 

De gemeente controleert niet op luchtkwaliteit bij paasvuren. Handhaving richt zich vooral op situaties waarbij bijvoorbeeld afval wordt verbrand.

‘Moet je dit de nek omdraaien?’
Voor organisatoren staat vooral het sociale en culturele belang voorop. In Megchelen wordt het paasvuur al generaties lang georganiseerd.

“Dit jaar was het het 208e jaar en het was onwijs druk,” vertelt Marcel Hakvoort. “We beginnen altijd in de kerk met een klein verhaaltje voor de jeugd over het ontstaan van het paasvuur. Vroeger ging men de tuin schoonmaken en de strozakken gingen uit het huis. Het is voor de kinderen een leuk verhaaltje en daarna lopen we met kleine kaarsjes naar buiten en daar steken we grote fakkels aan en dan lopen we met de schutterij naar het vuur. Moet je dan dit soort tradities de nek omdraaien?”

Volgens hem is het paasvuur meer dan alleen een vuur. “Voor nieuwe bewoners is het ook een soort inburgeringscursus, met een praatje hier en daar. Het is gewoon een dorpsgebeuren. ”

‘Dan krijg je tien kleine vuurtjes’
De discussie over uitstoot herkent Hakvoort, maar plaatst daar kanttekeningen bij.
“Die uitstoot is er, maar als je het stopt krijg je tien kleine vuurtjes en dan heb je net zo veel uitstoot. ”

Tegelijkertijd merkt hij dat de regels strenger worden. Zo moet het hout aan steeds meer eisen voldoen en wordt er gekeken naar maatregelen zoals een vaste ondergrond voor het opruimen van as, wat volgens hem duizenden euro’s kan kosten. “En zo’n vloer van beton in het weiland, daar kan de boer de rest van het jaar niets mee. Dertig jaar geleden werden bankstellen en autobanden verbrand, dat kan niet meer, daar zit te veel rommel in. Nu is het alleen een hoopje met as, dat de boer zo kan omploegen. Het wordt dus niet verboden, maar wel moeilijker gemaakt. Vooral voor kleine dorpen wordt het steeds lastiger.”

Gezondheid en overlast
Gemeenten wijzen er op dat ook alleen houtrook schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Bij het verbranden van hout komen onder meer fijnstof en andere schadelijke stoffen vrij, die vooral voor mensen met luchtwegklachten problemen kunnen veroorzaken.

Toch is overlast lastig te handhaven. Volgens de gemeente zijn de mogelijkheden beperkt en ligt de nadruk op het voorkomen van duidelijk onjuiste situaties, zoals het verbranden van afval.

Hakvoort erkent dat niet iedereen positief is. “Er zullen vast mensen zijn die er last van hebben, maar we kunnen ook niet iedereen tevreden houden.”

Verschillen met andere gemeenten
De discussie over schadelijke rook speelt niet alleen lokaal. In steden als Utrecht is besloten om houtstook in de buitenlucht verder te beperken, juist vanwege de impact op de luchtkwaliteit.

Dat roept ook in grensdorpen vragen op. “Ik vraag me wel eens af wat ze aan de andere kant van de grens anders doen,” zegt Hakvoort.

Tussen traditie en verandering
Voorlopig blijven de paasvuren in de Achterhoek bestaan, al is het onder strengere voorwaarden dan vroeger. Waar vroeger ook afval werd verbrand, bestaat het vuur tegenwoordig alleen nog uit snoeihout.
Of de traditie op lange termijn overeind blijft, is volgens Hakvoort de vraag.
“Als het nog strenger wordt, waar is het einde dan? Moeten we dan op de bank gaan zitten?”

Paasvuren over de grens
In Duitsland zijn paasvuren, de zogeheten Osterfeuer, vooral in deelstaten als Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen een bekend gebruik. Net als in Nederland gaat het vaak om dorps- of verenigingsactiviteiten met een sterke sociale functie.
Toch zijn de regels niet per se soepeler. Paasvuren zijn doorgaans alleen toegestaan als traditioneel evenement en niet als manier om afval te verbranden. Het hout moet onbehandeld zijn en vaak gelden er voorwaarden voor afstand, veiligheid en weersomstandigheden.
Net als in Nederland staat het gebruik ook in Duitsland steeds vaker ter discussie vanwege luchtkwaliteit en fijnstof. Gemeenten kunnen paasvuren beperken of verbieden bij ongunstige omstandigheden.
Voor inwoners van grensdorpen lijkt het verschil daardoor soms groter dan het in de praktijk is: ook over de grens geldt dat traditie en milieuregels met elkaar in balans moeten worden gebracht.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant