
Foto: Pip Erken
Foto: Pip ErkenBesluit over toekomst DRU nadert: nog drie ton nodig voor 2026
MaatschappijOUDE IJSSELSTREEK – Willen we het DRU Industriepark behouden of laten we de stichting failliet gaan? Die fundamentele keuze legde wethouder Marco Bennink maandagavond 21 september voor aan de gemeenteraad. Om de DRU eerst door 2026 heen te helpen, is volgens de huidige prognose nog ongeveer 299.000 euro nodig. Daarna volgt de veel grotere vraag welk cultureel en maatschappelijk aanbod de gemeente in de toekomst wil behouden en hoeveel geld zij daarvoor wil uittrekken.
Door de redactie
Een faillissement betekent volgens Bennink niet dat de gemeentelijke kosten verdwijnen. Het verschil zit vooral in de zeggenschap. Zolang de stichting blijft bestaan, houdt de gemeente invloed op de toekomst en continuïteit van het Industriepark. Bij een faillissement komt de regie grotendeels bij een curator te liggen.
Wat er dan met de activiteiten, openstelling en dienstverlening gebeurt, is volgens de wethouder vooraf niet volledig te overzien. „Een faillissement betekent dus niet dat de kosten voor de gemeente verdwijnen”, zei Bennink. „Bij een faillissement komt die regie grotendeels bij een curator te liggen.”
Cultuur presteert beter
De financiële problemen zitten vooral bij de horeca. De culturele en maatschappelijke activiteiten ontwikkelden zich in de eerste helft van 2026 juist beter dan begroot. De omzet daaruit bedroeg 169.018 euro, tegenover 137.500 euro begroot. Dat is bijna 23 procent meer dan voorzien.
Het Schaftlokaal en de evenementen bleven daarentegen achter bij de verwachtingen. Interim-directeur-bestuurder Cleo Sissingh vertelde dat voor juli en augustus telkens ongeveer 100.000 euro omzet in het Schaftlokaal was begroot. In werkelijkheid werd respectievelijk 63.000 en 68.000 euro omgezet.
Die begroting was volgens haar gebaseerd op het gemiddelde van de drie voorgaande jaren. „We hadden eerlijk gezegd verwacht dat het Schaftlokaal niet zoveel tegen zou vallen”, aldus Sissingh. De oorspronkelijke begroting voor 2026 kan volgens haar niet meer worden gehaald.
Sissingh wees opnieuw op de invloed van de negatieve publiciteit, maar bracht daarbij meer nuance aan. Niet alleen de berichtgeving zelf speelde volgens haar een rol. Klanten wilden vanwege de onzekerheid extra garanties dat evenementen en boekingen daadwerkelijk konden doorgaan. Die zekerheid kon de DRU niet altijd bieden. Ook het vertrek van vrijwel de volledige keukenploeg en het tijdelijk voeren van een aangepaste menukaart werkten volgens haar niet mee. Hoeveel omzetverlies of extra kosten iedere afzonderlijke factor heeft veroorzaakt, werd niet gekwantificeerd.
In totaal 920.000 euro
Volgens Bennink moet in 2026 ongeveer 920.000 euro aan financiële problemen worden opgevangen. Daarvan hangt circa 650.000 euro samen met de onvoldoende bijdrage van de horeca aan het culturele programma. Daarnaast heeft de stichting ongeveer 270.000 euro aan extra incidentele kosten.
In augustus verstrekte het college al een kortlopende lening van maximaal 250.000 euro. Ook werd besloten de maandelijkse huur van bijna 60.000 euro vanaf juni tot en met december op te schorten. Samen vertegenwoordigen die maatregelen volgens Bennink een waarde van ongeveer 621.000 euro.
Daarmee resteert op basis van de huidige inzichten nog circa 299.000 euro om de DRU door 2026 heen te helpen. Het college komt daarvoor in oktober met een voorstel aan de gemeenteraad.
Daarnaast betaalde de gemeente voor ongeveer 128.000 euro aan facturen eerder dan oorspronkelijk gepland. Het gaat om betalingen voor de raadszaal, ruimtes die door STOER worden gebruikt en digitale vitrines. Volgens Bennink betreft het kosten die de gemeente anders ook had moeten maken. Door ze eerder te betalen, kreeg de DRU tijdelijk meer financiële ruimte.
De wethouder benadrukte dat al deze maatregelen vooral liquiditeit verschaffen. „De lening van 2,5 ton en het opschorten van de huur vanaf juni is een tijdelijke oplossing om de acute continuïteit te overbruggen. Maar daarmee is het onderliggende financiële vraagstuk niet opgelost.”
Gemeentelijk belang van 2,7 miljoen
Het totale financiële belang van de gemeente bij de DRU bedraagt volgens Bennink inmiddels afgerond 2,7 miljoen euro. Daaronder vallen onder meer openstaande huur, gemeentelijke leningen, het huuruitstel over 2026, een gegarandeerde lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten en gemeentelijk vastgoed.
Dat bedrag kan niet zonder meer als de totale schuld van de stichting worden gepresenteerd. Een lening, een openstaande huurvordering, een garantstelling en een investering in vastgoed zijn juridisch en financieel verschillende zaken. Tegenover de aankoop van het Ouhrlokaal staat bijvoorbeeld vastgoed dat eigendom van de gemeente is.
Bennink zei dat de gemeente inmiddels grotendeels op de risico’s heeft geanticipeerd. In de gemeentelijke jaarrekening over 2025 is 760.000 euro opgenomen in de voorziening voor mogelijk oninbare vorderingen. Daarnaast is binnen het weerstandsvermogen rekening gehouden met een risico van afgerond 1,774 miljoen euro.
Structureel 380.000 euro extra
Ook wanneer de acute problemen van 2026 worden opgelost, is de DRU er nog niet. Volgens Sissingh is structureel ongeveer 380.000 euro extra subsidie nodig wanneer de gemeente het huidige culturele en maatschappelijke aanbod wil behouden.
Dat bedrag is bovendien nog exclusief onder meer huurdersonderhoud, inventaris en vervanging en onderhoud van technische apparatuur. De berekening gaat er daarnaast van uit dat de horeca uiteindelijk herstelt naar het niveau van 2023 en 2024.
„Als er minder extra subsidie dan 380.000 euro beschikbaar is, zullen er ook inhoudelijke keuzes in het culturele programma moeten worden gemaakt”, zei Bennink. De raad moet volgens hem daarom niet alleen over geld spreken, maar ook bepalen wat zij van de DRU verwacht. Wat kost bijvoorbeeld het theater, het poppodium, de filmzaal of het overige maatschappelijke aanbod en welke onderdelen wil de gemeente blijven financieren?
Verdeelde politieke reacties
De partijen verschilden maandagavond duidelijk over de gewenste koers. PRO Oude IJsselstreek waarschuwde dat tijdelijke financiële ruimte niet hetzelfde is als herstel. „Liquiditeit is geen herstel”, stelde de partij. Een lening moet worden terugbetaald en de huurachterstand blijft bestaan.
DorpEnPlattelandBeweging trok een hardere grens. Fractievoorzitter De Groot zei dat zijn partij niet akkoord gaat met extra gemeentelijk geld voor de DRU. Burgers op 1 vindt dat serieus rekening moet worden gehouden met een faillissement.
Het CDA koos juist nadrukkelijk voor voortzetting. „Wij vinden als CDA dat de DRU het verdient om verder te gaan”, zei de woordvoerder. De partij wees erop dat onder de interim-bestuurder aanzienlijk meer inzicht in de cijfers is ontstaan. Progressief Nederland erkende dat met de huidige maatregelen vooral tijd wordt gekocht, maar wil het definitieve voorstel en het meerjarenperspectief afwachten.
Oktober wordt beslissend
Het college wil in oktober eerst regelen wat nodig is om de DRU door 2026 te helpen. Vervolgens moet een meerjarenperspectief duidelijk maken welke activiteiten de gemeente wil behouden en hoeveel structurele subsidie daarbij hoort. De schuldpositie wordt in het eerste kwartaal van 2027 afzonderlijk behandeld.
Bennink maakte aan het einde van de vergadering duidelijk dat uitstel volgens hem nauwelijks nog mogelijk is. „Als wij het huidige cultuuraanbod willen overeind houden, kost het ons minimaal 380.000 euro subsidie structureel. Als wij in oktober geen besluit nemen, dan gaan wij een ander traject in. En dat is faillissement.”








