Donkere dagen voor poppodium DRU in Ulft. Foto: Roel Kleinpenning
Donkere dagen voor poppodium DRU in Ulft. Foto: Roel Kleinpenning Foto: Roel Kleinpenning

De pecunia van poppodium DRU

Muziek Dossier DRU

Dossier DRU deel 0

ULFT - Om de huidige financieringsproblemen goed te begrijpen en genuanceerd in kaart te brengen, kan inzoomen op één onderdeel wellicht meer inzicht geven. De popzaal is met de vele bezoekers een belangrijk onderdeel van het DRU Industriepark en als zodanig ook goed te vergelijken met andere poppodia.

Door Meindert Bussink

Financiering poppodia
In de jaarrekeningen van de DRU ontbreken specifieke kosten en inkomsten van de popzaal. Wie in een online zoekmachine de term ‘Jaarverslag poppodium’ invult, vindt al snel diverse jaarverslagen met uitgebreide toelichtingen op de baten en lasten. Bij de inkomsten staan bijvoorbeeld posten als Entreegelden en garderobe, Horecaomzet en Structurele of Incidentele subsidies. Bij de kosten staan posten als Artiesten, Rechtenafdrachten, Security, Productietechniek, Promotie, Ticketing, Horeca-inkoop, Horecapersoneel et. cetera. Het ene overzicht is nog uitgebreider dan het andere. Met deze kennis is het gebrek aan financiële inzichten van de popzaal van de DRU opzienbarend.

Op de vraag wat de financiële bijdrage van de gemeente aan de popzaal van de DRU is, welke voorwaarden gelden daarbij en wat de kosten en inkomsten van de popzaal zijn, reageert directeur Gerk van der Wal: “Er is in het verleden geen specifieke vraag, behoefte of noodzaak geweest om dit te specificeren. Met de gemeente heb ik na mijn start in 2023 aangegeven dat ik in gezamenlijkheid wil naar een evaluatie van de programmalijnen die voortkomen uit 2018 en het 3D-document.” Dit document genaamd ‘Samen voor een ijzersterk DRU Industriepark’ stelt dat het college presentatie-eisen moet stellen aan de subsidie die de DRU van de gemeente krijgt. Om hier toch enigszins een beeld van te krijgen, hoop ik met voorbeelden van de financiering van andere poppodia en wat rekenvoorbeelden meer duidelijkheid te kunnen geven.

Iglo-model
In het rapport ‘De kloof tussen inzet en inkomsten van popmuzikanten’ beschrijft onderzoeksbureau Berenschot middels het Iglo-model de financiering van poppodia: “Ongeveer een kwart van de totale inkomsten van poppodia komt uit subsidies. Bij kleine poppodia ligt dit percentage hoger dan bij grotere podia.”


Iglo-model van onderzoeksbureau Berenschot - Credit

In de dagelijkse praktijk van een poppodium betekent dit grofweg dat drie onderdelen van een popzaal moeten gefinancierd worden: onderdeel A van de iglo gaat over gebouw- en stookkosten. Hier gaat veruit het grootste gedeelte van (gemeentelijke) subsidies naartoe. Als deze kosten meevallen, blijft geld over voor onderdeel B: het organiseren van (subsidiabele) culturele en maatschappelijke activiteiten. Dit is de kernactiviteit van de meeste podia. Onderdeel C, de ticketverkoop van niet gesubsidieerde optredens, horecaopbrengsten en (eventuele) commerciële verhuur valt onder eigen inkomsten, maar dekken in veel gevallen wel een deel van de kosten van B. Deze drie onderdelen vormen samen de iglo van een poppodium en laten zien dat het grootste deel van subsidies (veelal vanuit de gemeente, zoals bij de DRU gebeurt), gaat naar vaste lasten voor de zaal zelf. Er blijft in de praktijk weinig subsidie voor de inhoud, wat dus uit eigen inkomsten wordt gefinancierd. 

Uit het onderzoek blijkt dat twee derde van de poppodia in Nederland hun directe programmakosten (het boeken en faciliteren van activiteiten) niet kan betalen vanuit ticketinkomsten, maar het tekort financiert vanuit andere eigen inkomsten (zoals horeca) en voor een zeer klein deel vanuit subsidies. Zo was slechts 0,4% van de totale inkomsten van poppodia in 2019 afkomstig van landelijke publieke fondsen zoals het Fonds Podiumkunsten.

Dit rapport roept vragen op hoe de drie onderdelen van het Iglo-model bij het DRU-poppodium zijn gefinancierd en welke rol de eigen inkomsten en subsidies van de gemeente of fondsen hierbij spelen. Welk percentage van de inkomsten komt uit subsidies en hoe wordt dit besteed? Welk percentage van de inkomsten komt uit tickets of horeca en wat wordt daarvan gefinancierd? Als we inzoomen op alleen de financiering van een show, dan zien we bij de DRU een afwijking ten opzichte van andere podia.

Inkomsten en kosten van een show
Er zijn grofweg drie manieren om de kosten en inkomsten van een show te verdelen.

Optredende bands kunnen werken met een zogeheten garantiedeal of ‘uitkoop’. De muzikanten krijgen dan een vast en van tevoren afgesproken bedrag. Het aantal bezoekers dat wel of niet komt maakt dan niet uit, of zijn, in het geval van een festival, niet duidelijk te herleiden naar één act.
Een andere deal is wanneer er bijvoorbeeld uitgegaan wordt van een percentage van de kaartverkoop (en/of drankomzet). Het percentage wordt van tevoren afgesproken bij deze ‘deurdeal’. Voor bands met een kleine achterban is dit een risico en daarom wordt er ook vaak een minimum garantiebedrag afgesproken. Voordeel van deze deal is dat zowel het podium als de artiest actief gaat promoten en beide profiteren van een grote opkomst.

Een derde mogelijkheid om zelf de zaal te huren, waardoor alle inkomsten voor de band zijn. Een lokale technicus van een band met een grote achterban illustreert dit: “Wij besloten voor eigen kop te gaan staan en de zaal zelf te huren. Dat was voor ons gunstig, maar voor de DRU natuurlijk niet.”

Rekenvoorbeeld
Om deze deals te verduidelijken en het totaalplaatje van de financiën van het poppodium inzichtelijker te kunnen maken, is een concreet rekensommetje leerzaam. Bij een show waar 300 tickets à €17,50 worden verkocht, is de omzet 5.250 euro, zonder de baromzet. Bij een band met garantiedeal van 2.500 euro, is de opbrengst voor de DRU dus 2.750 euro, zonder de huiskosten. Bij een deurdeal van 50% had de band ook nog de helft van die 2.750 euro opgestoken.

Wanneer je de popzaal wilt huren, kost dit 1.500 euro aan huiskosten. Bij hetzelfde voorbeeld heeft de DRU dus 5.250 - 2.500 - 1.500 euro = 1.250 euro winst. De band die voor eigen kop besloot te spelen, ging bij 300 bezoekers met 5.250 - 1.500 euro = 3.750 euro naar huis.

In het rekensommetje benoemde ik al kort ‘zonder baromzet’. Stel dat we bij het rekenvoorbeeld van 300 bezoekers uitgaan van een gemiddelde van 5 drankjes à 3 euro, dan levert dat 4.500 euro aan baromzet op. Stel dat drie man personeel 600 euro kost en de inkoop van de drank 25 procent = 1.125 euro, dan levert dat ook nog eens 2.775 euro op. 

Horeca: geen inkomsten, wel kosten
Met het rekensommetje, de verschillende deals en de algemene financiering van een poppodium in het achterhoofd, is de situatie bij het poppodium van de DRU interessant. Wat zijn de inkomsten en kosten daar?

In tegenstelling tot veel andere podia wordt de baromzet niet meegerekend bij de inkomsten van popzaal. DRU-programmeur Erik Ramaker: “De inkomsten zijn strikt genomen alleen de tickets. Op papier reken ik de drankinkomsten wel mee, maar deze blijven bij de Horeca B.V. Om een show kostendekkend te maken, heb je dat deel ook zeker nodig. Hoe de stichting en Horeca B.V. deze bedragen met elkaar verdelen en wie welke kosten voor zijn rekening neemt, daar heb ik geen inzicht in. Als ik met tickets en een deel van de drankomzet de kosten kan betalen, is dat voor mij een show met een positief resultaat.” Ter vergelijking, het rapport van Berenschot beschreef dus dat: “Twee derde van de poppodia de directe programmakosten niet kan betalen vanuit de ticketinkomsten, maar het tekort financiert vanuit andere eigen inkomsten (zoals horeca).”

Uit ditzelfde rapport blijkt ook dat een aanzienlijk deel van de inkomsten uit subsidies bestaat, maar deze worden door programmeur Ramaker niet genoemd. Door het ontbreken van een specificatie in de jaarrekeningen van de DRU, is onduidelijk welke percentages en bedragen subsidies zijn voor de drie onderdelen van de Iglo van de DRU.

Naast inkomsten, zijn er natuurlijk kosten. Welke kosten heeft de popzaal zoal? Ramaker: “Alle kosten die je maakt aan promotie, personeel zoals beveiliging, bar, receptie, productie, techniek en catering komen in de costing. Daarnaast zijn er vaak nog huiskosten. Daarin zitten bijvoorbeeld de afschrijving of het gebruik van het gebouw en de apparatuur, verwarming, stroom et cetera in.”
Dit roept de vraag op waarom de kosten voor de catering wel bij de kosten van popzaal staan, maar de inkomsten van de bar naar de Horeca B.V. gaan.

Daarnaast is er dus bij de huiskosten van iedere show volgens Ramaker een post voor afschrijving en het gebruik van apparatuur. Dit roept de vraag op hoeveel deze post in totaal is en wat er met dat geld gebeurt en gebeurde, want directeur Van der Wal zei onlangs in de Gelderlander dat er in het verleden te weinig is geïnvesteerd: “Denk aan het onderhoud van de gebouwen, de apparatuur, het meubilair, maar ook kosten voor de organisatie die eigenlijk al vanaf 2019 hadden moeten worden begroot, maar dat is niet gebeurd.”
Voormalig directrice Juliette Hofman wil in deze krant hier niet op reageren.

Van vaste naar externe werknemers
Een kostenpost waar Van der Wal wel iets mee heeft gedaan is het personeel. Voormalig directeur van ‘t Pakhuus in Silvolde, Harry de Kort, stelt dat van het vaste team van podiumtechnici op één medewerker na iedereen is verdwenen: “Hiermee is veel kennis van de infrastructuur en de bedrijfsvoering, maar ook betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel, verloren gegaan. Mijn ervaring is dat het méér geld kost om voor elke voorstelling, bruiloft, zakelijke bijeenkomst en evenement alle techniek en technici in te huren. Zeker als je het betreffende verhuurbedrijf zelf laat bepalen hoeveel er bij elke activiteit ingehuurd mag worden. Het is in hun belang om zoveel mogelijk te verhuren. Daarnaast, wie doet nu het onderhoud en wie houdt in de gaten wat er defect is? Wie stemt af met de artiesten wat ze nodig hebben aan extra apparatuur en technici? Wie houdt in de gaten dat er niets verdwijnt? Bezoekende gezelschappen morren nu al over de status van de apparatuur en over het feit dat de bij de ontvangst aanwezige technici vaak net zo weinig weten van de infrastructuur als de bezoekende. Dit kan de DRU snel een slechte naam bezorgen.” Directeur Van der Wal wil niet reageren op de vraag wat de gedachte en het beoogde doel is van deze personeelswijziging.

Puinhoop achter de schermen
Dit chaotische beeld wordt bevestigd door een professionele muzikant die al jaren in de DRU speelt en er onlangs weer optrad. Hij wil niet met zijn naam in de krant, maar schetst een rommelige situatie achter de schermen: “Backstage was het voorheen altijd netjes en opgeruimd. Als men iets moest hebben, bijvoorbeeld een kabel of een microfoon, dan wist men dat direct te vinden. Nu was het echter een puinhoop. Er lagen overal spullen, er stonden flightcases lukraak door elkaar, er lag overal afval en troep. De zaal stond op het punt open te gaan, maar er lagen nog allerlei materialen op de vloer voor het podium. Na afloop van het optreden hebben we de technici slechts kortstondig gezien. Onze backdrop hing nog in de trekkenwand, maar de technicus die de trekkenwand mag bedienen, was in geen velden of wegen te bekennen. We hebben het dus maar zelf gedaan, wat eigenlijk niet mag”.

De begroeting aan het eind van de avond is hij ook anders gewend: “Zal ik de deur maar dichttrekken? Vanaf boven werd er geroepen: ‘Ja doe maar.’ Ik schud altijd graag de handen van de technici ter plaatse om hen te bedanken voor hun hulp, kennis van de locatie en de fijne samenwerking van die avond. Ik had zo allemaal spullen kunnen meenemen, niemand het had gezien, want er was geen toezicht meer op het podium.”

Reacties van de politiek
Het gebrek aan inzicht in de financiën van de DRU is opmerkelijk, want in paragraaf 3.5 van het eerdergenoemde 3D-document ‘Samen voor een ijzersterk DRU Industriepark’ uit 2018, waar Van der Wal en de gemeente per mail naar verwijzen, staat juist dat er een einde aan de onoverzichtelijkheid zou komen: “Naast de inhoudelijke kaders, stelt de gemeenteraad ook financiële kaders. Deze zijn opgenomen in de programmabegroting waarin staat beschreven welke middelen beschikbaar zijn, voor welke onderwerpen. In de huidige programmabegroting zijn de middelen die beschikbaar zijn voor organisaties en activiteiten op het DRU Industriepark onoverzichtelijk weergeven. Doordat er sprake is van meerdere partijen, meerdere afspraken en meerdere geldstromen, lijk een boekhoudkundig spaghetti te zijn ontstaan. Hieraan wordt een eind gemaakt. Door toe te werken naar één entiteit met wie de gemeente afspraken maakt, ontstaat overzicht.”

Wat die financiële kaders precies zijn en voor welke onderwerpen die gelden, blijft onduidelijk. Ook diverse raadsleden geven aan geen inzicht te hebben in specifieke financiën. “Ik heb geen inzicht in de financiën van de popzaal als onderdeel van de DRU. Ook niet over het businessmodel van de popzaal. De DRU krijgt van ons een subsidie en die is volgens mij niet onderverdeeld in afzonderlijke onderdelen. Zij moeten zorgen voor een bruisend cultureel leven,” aldus Frank Aaldering van Lokaal Belang. PVDA-raadslid Sylvia van Londen-Schreuder: “In de subsidierelatie spreken we over programmalijnen en maken we geen verdeling in de budgetten (geen onderscheid in wat waar naar toe moet), er is dan ook sprake van een soort van budgetfinanciering.”

Ook voor de VVD is de financiering van de popzaal onduidelijk. “Dat zit natuurlijk allemaal wel verwerkt in onze programmabegroting, maar daar wordt vooral gerapporteerd op programma’s (sociaal domein, fysiek domein, enz.) en daar wordt met name ook gerapporteerd op wijzigingen. Dus helaas nee, er is geen duidelijk overzicht bij de raad. Bij mijn weten blijft het bij die 1,1 miljoen op de exploitatie van de hele organisatie en moeten alle andere geldstromen zoals de huren marktconform zijn. Het is natuurlijk wel mijn ambitie (en al jaren, van velen) om hier veel meer inzicht in te verkrijgen maar dat blijkt de laatste jaren erg lastig,” aldus Rens Spijkers van de VVD Oude IJsselstreek.

Wellicht geeft de raadsvergadering op 12 december meer antwoorden.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant