
Cultuurprijs
OpinieDe gemeente heeft het stemformulier voor de Cultuurprijs Oude IJsselstreek weer beschikbaar gesteld. De prijs wordt op zondag 30 november voor de derde keer uitgereikt. In 2019 begon de gemeente met een sportverkiezing, maar na kritiek vanuit de gemeenteraad – “meten met twee maten”, aldus de PvdA – kwam in 2020 ook een Cultuurprijs. Omdat ik zelf vaak de vergelijking maak tussen sport en cultuur, wijs ik graag op de verschillen in hoe we tot een winnaar komen.
In de jaren negentig werkte ik me voor zwemvereniging D.O.S. en tennisclub VLTC in het zweet. De spelregels om te winnen waren duidelijk: als eerste aantikken of de meeste punten scoren. Spelplezier en een gezond lichaam stonden voorop – *mens sana in corpore sano*, stond er op de gevel van het zwembad – maar een medaille of bekertje winnen was natuurlijk ook leuk.
Op school ging het meestal net zo: een aantal hoofdstukken lezen, overhoord worden, en wie de meeste goede antwoorden had, kreeg het hoogste cijfer. Soms probeerde ik er nog iets bij te praten: “Ja maar als u dat bedoelt, moet u de vraag anders formuleren.”
Bij kunst en cultuur is de intentie van de maker en de interpretatie van de toeschouwer veel diffuser. Er zijn geen duidelijke spelregels zoals in sport of onderwijs. Een schilder die het snelst werkt, of een muzikant die de meeste punten scoort – het klinkt vreemd. Of toch niet? Wie veel produceert, kan vaker exposeren. Wie veel verkoopt of optreedt, bereikt meer publiek en zet meer om.
Maar zegt kwantiteit ook iets over kwaliteit? En over de ervaring van de toeschouwer? In cultuur draait het vaak om een combinatie van eigenschappen: talent, doorzettingsvermogen, creativiteit, kennis, netwerk. Bij het conservatorium in Amsterdam beoordeelden we muzikanten op vijf AMACK-pijlers: Attitude, Motoriek, Auditief, Creatief en Kennis. Dat gold zowel voor hun muzikale ontwikkeling als de ondernemingsplannen die ik beoordeelde. Een mooi, gewogen systeem.
Ik ben op een gegeven moment gestopt met jureren bij open podia en festivals. In mijn Substack-nieuwsbrief Mindnote #7 schreef ik over de haat-liefdeverhouding die ik heb met muziekwedstrijden. Samengevat in acht punten: jurering is vaak momentopname, er is geen level playing field, de criteria zijn onduidelijk, juryleden niet altijd geschikt of onafhankelijk, en voor organisatoren is zo’n wedstrijd vaak vooral een goedkope manier om de zaal vol te krijgen. En waar is de prijs die écht verder helpt, zoals coaching of begeleiding en voor álle deelnemers? Ik zit nog wel in de selectiecommissie van de Popronde, dit jaar al voor de tiende keer, want daar gelden vrijwel al die bezwaren niet.
Met de bovenstaande acht punten in het achterhoofd: heeft u al iemand op het oog die zich actief inzet voor de culturele sector en een waardevolle bijdrage levert aan het culturele leven binnen onze gemeente? Stemmen kan tot 17 oktober via oude-ijsselstreek.nl/cultuurprijs.
Meindert Bussink










