Afbeelding

Zwijgen als het graf

Opinie

Opwinding is prima in de vorm van enthousiasme. Minder prettig als het ontaardt in stress en boosheid. Enkele weken geleden ging ik op weg naar het ziekenhuis in Winterswijk. Wenters was wereldnieuws want geteisterd door een hevige storm. Iedereen kende plots de term valwind. Mijn ‘long and winding road’ was omzoomd met ontwortelde bomen. Kolossale eiken werden gevelde treurwilgen. Het was geen alledaagse aanblik. Ik vind stormen een boeiend natuurverschijnsel. En hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Opwinding maakte zich van mij meester. Zo moet een ramptoerist zich voelen. Ik denk aan mijn kleindochters. Enkele jaren geleden liepen we door het speelbos. De oudste van 7 had in de klas les over natuur gehad en ze zei belerend tegen haar zusje van 3: “Kijk Roos, dit is natuur.”

De volgende dag werd ik bijna van mijn fiets gereden door een zwart autootje bestuurd door een malloot met uitpuilende ogen en een domme grijns onder een petje, die door het centrum van mijn dorp raasde. Mijn grafsteen was op een kier geopend. Een ander soort opwinding maakte zich van mij meester: boosheid. De natuur van die persoon is hevig in de war, al dan niet gestimuleerd door synthetische middelen. Het zal stormen in zijn hoofd. Van de dagen grijs ken ik onderhand de excessen van de medemens en Achterhoekers zijn niet anders. Het druist tegen mijn natuur in om te gaan schelden en in deze tijd dat de maatschappij afstevent op moreel failliet is het als reactie beter te zwijgen als het graf.

Waarom spreken zonder zeggen
Waarom steeds het hoogste woord
Wordt het oorverdovend zwijgen ooit gehoord?

Er wordt wat afgeluld. Een goed gesprek - praten maar ook luisteren - is zelden te voeren. Is er in het gezelschap een kolkende spraakwaterval dan weet je dat het geen gesprek wordt maar een monoloog op volle sterkte. Altijd ongenuanceerd, zelden gefundeerd. Waag het niet ertussen te komen, want de narcist heeft altijd het laatste woord.

Ik word er soms op aangesproken dat ik in mijn columns vaak negatief over de medemensen oordeel. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Maar ik antwoord dan dat het aan mijn bloedgroep ligt. Door mijn aderen stroomt namelijk zeer zeldzaam bloed. Nee niet blauw, maar ik heb bloedgroep B-negatief. Niet dat ik mij daarom minder voel. Slechts 1,3 procent van 18 miljoen Nederlanders mag ik tot mijn bloedbroeders rekenen. We zijn met 234.000. Nu is het niet zo dat we onderweg elkaar groeten of een jaarlijkse kringdag organiseren. Ik ken er nog slechts één. Door erfelijkheid bepaald.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant