
Een boek is geen straf
OpinieTwintig minuten verplicht lezen. Elke dag. Tussen 13.05 en 13.25 uur serene rust tijdens de ‘Boekbreak’. Ik hoor de pubers al zuchten. “Maar er móest iets gebeuren om de achteruitgang van leesvaardigheid en woordenschat een halt toe te roepen”, aldus de rector van het Hendrik Pierson College in Zetten. Daar moeten leerlingen iedere dag twintig minuten lezen. Geen telefoon, niet kletsen, gewoon boek open en lezen maar. Uiteraard was er eerst weerstand, lees ik in de Gelderlander. Echter, nu vinden de meeste leerlingen het juist fijn. Even rust. Even geen prikkels. Even verdwijnen in een boek. Hoe mooi is dat!
Toch kan ik me heel goed kan voorstellen dat je als zeventienjarige niet staat te springen als je verplicht moet lezen. Ik spreek uit ervaring. Als kind was ik een gretige lezer. De Vijf, De Kameleon, Merel van Haeghe… ik kon helemaal opgaan in een boek. De wereld om me heen bestond dan even niet. Heerlijk. Tot de school zich ermee ging bemoeien. In 5 en 6 vwo hadden we een verplichte boekenlijst. Met mijn ‘pretpakket’ moest ik stapels literatuur lezen in vier (!) talen. Als je zeventien of achttien bent, heb je wel wat beters te doen dan gedwongen in een boek duiken. Het Bittere Kruid van Marga Minco stond dan ook niet voor niets bij ongeveer iedereen op de lijst. Lekker dun.
Een samenvatting googelen was er niet bij. Google bestond niet. Wikipedia moest ook nog uitgevonden worden. En een laptop? Laat me niet lachen. Wij hadden een papieren agenda waar we ons huiswerk in opschreven. Dus je moest wel lezen. En gek genoeg ben ik daar achteraf ontzettend blij om. Door die boeken heb ik prachtige reizen gemaakt. In mijn hoofd. Ik maakte kennis met andere tijden, andere landen en andere levens. Ik leerde over dingen waar ik anders nooit over hoorde. Mijn wereld werd groter, terwijl ik gewoon op mijn bed lag.
Van huis uit had ik die liefde voor lezen niet meegekregen. Ik had een abonnement op de Tina. En als er al een boek lag, was het een streekroman van Leni Saris of een dialectboek van Herman van Velzen. Dat waren vooral boeken voor mijn oma en opa. Daar had ik totaal geen oren of ogen naar. Juist daarom kan ik het initiatief in Zetten alleen maar toejuichen. Want soms moet je kinderen iets opdringen waarvan ze later zeggen: ‘Goh, dat was eigenlijk best een goed idee van school.’ En misschien is dat wel de kracht van lezen: je begint omdat het moet, maar ergens onderweg merk je dat je helemaal niet meer weg wilt.
Twintig minuten per dag in een boek duiken en er gaat een wereld voor je open!










