
Foto: M. Bussink
Foto: M. BussinkFinanciële impact DRU kan volgens Bennink oplopen tot circa 2,5 miljoen euro
PolitiekOUDE IJSSELSTREEK – De financiële gevolgen van de problemen bij het DRU Industriepark kunnen volgens wethouder Marco Bennink in 2026 oplopen tot circa 2,5 miljoen euro. Het college vraagt de gemeenteraad om 573.144 euro aanvullende subsidie om de stichting dit jaar overeind te houden. Daarnaast verwacht Bennink dat de Bank Nederlandse Gemeenten eind dit jaar waarschijnlijk een gemeentelijke garantie van 600.000 euro zal aanspreken. Hoeveel subsidie en investeringen daarna nog nodig zijn, is niet bekend.
Door Meindert Bussink
De circa 2,5 miljoen euro die Bennink noemt, is niet één bedrag dat de gemeente nu rechtstreeks aan de DRU overmaakt. Het totaal bestaat uit verschillende onderdelen: nieuwe subsidie, leningen en achterstallige huur die mogelijk niet worden terugbetaald en een garantstelling die waarschijnlijk wordt ingeroepen.
De gemeentelijke vordering op Stichting DRU Industriepark bedraagt per 1 januari 2027 naar verwachting 2.082.393 euro. Daarin zitten de huurachterstanden over 2024 en 2025, de opgeschorte huur over 2026 en twee gemeentelijke leningen van respectievelijk 100.000 en 250.000 euro.
Daarnaast staat de gemeente garant voor een krediet van 600.000 euro bij de Bank Nederlandse Gemeenten. “De kans is aannemelijk dat de BNG de garantie eind dit jaar zal inroepen”, antwoordt Bennink op schriftelijke vragen. Als dat gebeurt, betaalt de gemeente de bank en krijgt zij daarvoor een aanvullende vordering van 600.000 euro op de stichting.
Van drie ton naar 573.144 euro
Tijdens de commissievergadering van 21 september sprak Bennink nog over ongeveer drie ton die nodig zou zijn om de DRU door 2026 heen te helpen. Hij maakte toen wel het voorbehoud dat hij de actuele cijfers nog met interim-directeur-bestuurder Cleo Sissingh moest bespreken.
Bennink schrijft nu dat hij destijds hoopte dat het eerder door Sissingh genoemde tekort van 303.000 euro het resterende bedrag zou zijn. Daarbij werd ervan uitgegaan dat het horecaoffensief in de tweede helft van het jaar resultaat zou opleveren en een belangrijk deel van de begrote horecaomzet alsnog kon worden gerealiseerd.
Uit de meest recente financiële onderbouwing blijkt volgens het college echter dat nog 573.144 euro nodig is. Dat is ruim 274.000 euro meer dan de voorlopige inschatting van ongeveer drie ton.
Het totale tekort van de DRU over 2026 wordt inmiddels geraamd op 1.194.558 euro. In augustus verstrekte het college al een kortlopende lening van 250.000 euro. Ook werd de huur van juni tot en met december opgeschort, ter waarde van 371.414 euro. Samen leverden die maatregelen ruim 621.000 euro aan tijdelijke financiële ruimte op.
De lening en de niet-betaalde huur blijven echter schulden van de stichting aan de gemeente. De aanvullende 573.144 euro wordt, als de raad instemt, als subsidie verstrekt en hoeft in beginsel niet te worden terugbetaald.
Mocht uit de jaarrekening blijken dat niet het volledige bedrag nodig is geweest, dan is terugvordering volgens Bennink mogelijk. Daarover is nog geen definitief besluit genomen. Het college wil dat in 2027 beoordelen aan de hand van de definitieve cijfers, de subsidievoorwaarden en de resterende financiële opgaven.
Bijna vijf ton incidentele kosten
Van het geraamde tekort hangt ongeveer 439.000 euro samen met de bijdrage die de horecatak niet aan de culturele stichting kan betalen. Daaronder vallen een interne doorbelasting van circa 389.000 euro en een begrote winstuitkering van 50.000 euro.
Daarnaast was in de oorspronkelijke begroting al rekening gehouden met een verlies van ruim 303.000 euro. Daarbovenop kwamen volgens de DRU ongeveer 468.000 euro aan niet-begrote en incidentele kosten.
Een exacte uitsplitsing van die 468.000 euro geeft Bennink niet. Volgens hem gaat het onder meer om kosten rond het vertrek van de voormalige bestuurder en de inzet van een interim-bestuurder, extra financiële en specialistische ondersteuning en rente- en pensioenlasten.
Ook de totale kosten van het interim-bestuurderschap van Sissingh heeft de wethouder niet paraat. De Raad van Toezicht is haar opdrachtgever. De kosten maken volgens Bennink wel deel uit van de incidentele kosten van 468.000 euro.
De meeste van deze uitgaven keren volgens de directeur-bestuurder in 2027 niet terug. Mogelijk blijft wel tijdelijk externe deskundigheid nodig om de administratie en bedrijfsvoering verder op orde te brengen.
Verschil in berekening
Voor mogelijk oninbare vorderingen nam de gemeente in de jaarrekening over 2025 al 760.000 euro op. In het nieuwe raadsvoorstel wordt voorgesteld die voorziening eind 2026 te verhogen tot 1.934.000 euro.
Bennink komt in zijn schriftelijke berekening tot een hogere indicatieve impact. Hij telt de volledige schuldenpositie van 2.082.393 euro, de BNG-garantie van 600.000 euro en de aanvullende subsidie van 573.144 euro bij elkaar op. Na aftrek van de eerder verwerkte 760.000 euro resteert volgens hem 2.495.537 euro.
In die berekening lijkt rekening te worden gehouden met het mogelijk oninbaar worden van de volledige gemeentelijke vordering. De voorziening in het raadsvoorstel is echter 148.393 euro lager dan die totale vordering. Uit de beantwoording wordt niet duidelijk waarom beide berekeningen van elkaar verschillen.
De bedragen hebben bovendien niet allemaal dezelfde status. De subsidie is een nieuwe uitgave, terwijl de huurachterstanden en leningen vorderingen blijven zolang die niet worden kwijtgescholden of definitief oninbaar blijken. De BNG-garantie wordt pas een daadwerkelijke betaling wanneer de bank deze inroept.
Nieuwe kosten na 2026
Ook met de aanvullende subsidie is het financiële vraagstuk niet opgelost. Als de gemeente het huidige culturele en maatschappelijke programma wil behouden, is volgens de eerste scenario’s structureel minimaal 380.000 euro extra subsidie per jaar nodig.
Die berekening gaat ervan uit dat de horeca uiteindelijk volledig herstelt. Hoeveel subsidie in 2027 en 2028 nodig is zolang dat herstel nog niet is bereikt, is nog onbekend. De DRU werkt daarom aan berekeningen voor drie situaties: de huidige horecaomzet, een herstel van 50 procent en volledig herstel.
Ook de benodigde investeringen in gebouwen, installaties, inventaris en podiumtechniek zijn nog niet becijferd. Voor de techniek wordt onder meer onderzocht of bestaande installaties van andere organisaties kunnen worden overgenomen, in plaats van alles nieuw aan te schaffen.
Het college heeft nog geen harde financiële grens geformuleerd waarboven verdere steun stopt. Bennink schrijft dat een faillissement uiteindelijk onvermijdelijk kan worden wanneer de DRU niet rondkomt en geen reëel perspectief op herstel meer bestaat. Wat een faillissement de gemeente precies zou kosten, is niet berekend.
Het college zet daar niet op in. Volgens Bennink heeft het Industriepark een grote maatschappelijke waarde als plek voor cultuur, ontmoeting, historie, onderwijs, innovatie en ondernemerschap. Behoud is volgens hem alleen mogelijk wanneer daar een realistisch en financieel houdbaar toekomstperspectief tegenover staat.
De raadscommissie bespreekt het voorstel woensdag 14 oktober. De gemeenteraad neemt naar verwachting op 29 oktober een besluit over de aanvullende subsidie van 573.144 euro.










