
Vader Arie, de dochters Pip en Juul en Martijn ten Brinke voorafgaand aan Ten Brinke's laatste thuisduel bij sc. Varsseveld. (Foto: Roel Kleinpenning)
Foto Roel KleinpenningTen Brinke, afscheid van een teamspeler
SportVARSSEVELD - Nog een wedstrijd scheidt voetballer Martijn ten Brinke van een lange carrière als voetballer. Zondag speelde hij zijn laatste thuiswedstrijd voor de hoofdmacht van Varsseveld, nu is het tijd voor andere dingen.
Door Remko Alberink
De thuiswedstrijd van Varsseveld tegen WSV in de tweede klasse I was zondag omgeven door feestelijkheden rondom het afscheid van Martijn ten Brinke (38). “Ik wist van tevoren dat een team met mijn twee dochters het voor de wedstrijd zou opnemen tegen een walking football-team met mijn vader”, schetst de Varssevelder. “Dat vond ik hartstikke leuk, de rest was mij onbekend.”
Een afscheid ging lange tijd niet door zijn gedachten. “Maar op een gegeven moment is het mooi geweest. Ik wilde geen afscheid nemen in coronatijd na een onvolledige competitie”, deelt hij zijn overwegingen. “Ik kan het fysiek nog wel aan, al merk ik dat ik de trainingen wel nodig heb.”
Debuut
Verdediger Ten Brinke maakte op 18-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal van Varsseveld. “Na twee jaar ging ik naar De Graafschap, waar ik in het beloftenteam speelde, onder de trainers Jan Vreman en Darije Kalezic.”
De verdediger brak niet door op De VIjverberg, een betaald voetbalcarrière bleek net een stap te ver. “Daarna heb ik drie jaar bij De Bataven in Gendt gespeeld, dat was ook erg leuk. De eerste twee jaar speelden we in de hoofdklasse, dat was destijds nog het hoogste amateurniveau.”
Maar Varsseveld lonkte vervolgens. “Ik kwam terug onder trainer Tonnie van Dillen, intussen heb ik alweer vijftien seizoenen in het eerste achter de rug.”
Nu hij stopt in het eerste, heeft de voetballer komend seizoen tijd over. “Ik heb altijd al aandacht voor andere sporten gehad. Ik tennis, doe aan MTB of rij veel op de racefiets, ook loop ik soms hard”, somt de Varssevelder op. “Komend seizoen ga ik in het vijfde team spelen, met vrienden. Het is een team dat nooit traint.”
Ten Brinke is dankbaar, en wil uitdrukkelijk ook de vrijwilligers van de club bedanken. “Neem bijvoorbeeld de klusploeg die op maandag en vrijdags op het sportpark werkt. Het park ligt er altijd tiptop bij, en als er iets kapot is, dan is het de volgende dag gerepareerd.”
Met welke trainer hij de beste klik had in al die jaren? “Ik heb eigenlijk nooit problemen met een trainer gehad, maar met Sander Hoopman had ik wel een goede klik. Hij besefte ook dat gezelligheid naast het voetbal belangrijk was.”
Verandering
In zijn tijd bij het eerste elftal van Varsseveld is het voetbal van zijn ploeg veranderd. “Vroeger stond Varsseveld bekend vanwege het fysiek sterke spel, duelkracht en diepe ballen, zeg maar gewoon powervoetbal. Dat is de laatste jaren echt veranderd. We zijn voetballend veel sterker geworden. Vroeger konden we het spel niet maken, nu wel.”
En de moeilijkste tegenstander in al die jaren? “Dan denk ik toch aan Vorden, die hebben een beetje dezelfde spelopvatting als wij. Tegen DVC’26 hebben we het ook vaak lastig, maar Vorden is toch nog wel een graadje moeilijker. Dat zijn altijd pittige potjes.”
Ten Brinke keek vooruit naar het duel tegen WSV. “Het is nooit leuk als een team waartegen je speelt kampioen kan worden”, ze hij. Maar WSV werd zondag (nog) geen kampioen, Varsseveld hield de Apeldoorners namelijk heel knap op 0-0.
Zo kreeg het afscheid van teamspeler Ten Brinke in zijn laatste thuisduel, ook nog een mooie uitslag mee.








