
Leneman in team met Lavreysen naar het EK
SportVARSSEVELD - Baanwielrenner Loris Leneman (21) rijdt deze week als het meezit zijn eerste Europees Kampioenschap bij de elite. De Varssevelder maakt deel uit van de Nederlandse teamsprintploeg die wordt aangevoerd door meervoudig olympisch kampioen Harrie Lavreysen. “Speciaal voor dit EK heb ik een spoedcursus starten gekregen”, geeft de Varssevelder aan, doelend op de rol die hij heeft binnen het team.
Door Remko Alberink
Of Leneman woensdag ook daadwerkelijk in het Belgische Heusden-Zolder in actie komt, hangt af van bondscoach Hugo Haak. “We zijn in het team met zijn vieren, waarvan drie baanwielrenners worden opgesteld”, legt Leneman uit. “We hebben onlangs een testdag gehad, daarbij was een opstelling met mij de snelste, maar dat zegt ook weer niet alles. De verschillen waren toen immers miniem. Ik vind het al een eer dat ik erbij zit.”
Senioren
Het EK is het eerste grote toernooi voor Leneman sinds hij bij de senioren meerijdt. ‘Ik zit in het Nederlandse team met Harrie Lavreysen, meervoudig olympisch kampioen. Dat geeft voor- en nadelen”, schetst de Varssevelder die tegenwoordig op Papendal resideert. “Het voordeel is dat ik enorm veel van hem kan leren. Elke training weer, hij is zo ontzettend goed.”
Een nadeel is er ook. “Met mij zijn er nog twee jongere renners. Wij moeten beter worden en op den duur de oudere jongens als Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland en Harrie Lavreysen passeren. Dat zijn alle drie mannen met olympisch goud. Of ons dat gaat lukken, en wanneer dat dan is, dat moet in de toekomst blijken. Roy is bijvoorbeeld al 36 jaar, maar nog steeds heel erg goed.”
Starten
Individueel komt het toernooi voor Leneman, die in 2023 zilver won op het EK voor renners onder 23 jaar in het Portugese Anadia, nog te vroeg. “Ik heb de afgelopen twee maanden een spoedcursus starten gekregen. Ik heb met de bondscoach afgesproken om me daar helemaal op te richten. Het was voor mij nu ook de enige kans om naar dit EK te worden uitgezonden.”
Leneman is realistisch en kent de plaats van de jonkies in het team. “We staan onderaan de ladder. Het is nu leren, leren en leren en dan hopen dat we een keer sneller zijn.”
‘Het is nu
leren, leren
en leren’
België
Afgelopen zondag reisde de Achterhoeker reeds richting België. “Het voordeel is dat het lekker dichtbij is en we met eigen vervoer kunnen”, schetst hij. “Nou hebben we zondagmiddag nog fijn kunnen trainen. Je ziet trouwens zelden wat van het land waar de wedstrijden worden gehouden hoor. Het is vaak hotel in, veel fietsen en veel rusten.”
Leneman reed een keer eerder op de baan van Heusden-Zolder. “Onze trainingen werken we dagelijks af in Apeldoorn, daar zijn we kind aan huis. In België ligt een nieuwe baan. Daar valt op dat het bovenin wat vlakker is dan op andere banen. Voor mij maakt dat dan in het geheel weer niet uit, als starter rijd ik namelijk alleen onderin de baan.”
Motorcross
Nog niet zolang geleden deed Leneman nog aan motorcross, voor hij de ene tweewieler omruilde voor de andere. “Dat mis ik soms nog wel hoor”, legt de destijds bij Vamac in Varsseveld rijdende Achterhoeker aan. “Ik heb mijn motor nog steeds. Soms rijd ik ook nog, maar alleen in de vakantie.”
Leneman ziet overeenkomsten tussen beide sporten, al zijn de verschillen in zijn optiek groter. “Bij het motorcross gaat het om conditie en veel techniek, terwijl het baanwielrennen bijzonder veel explosiviteit vraagt. Beide sporten zijn gevaarlijk, want ook op het fietsje kan ik een snelheid van 80 kilometer per uur halen. Toch vind ik motorcross wel wat gevaarlijker. Daarnaast duurt een motorcrosswedstrijd wel een half uur, terwijl ik op de baan iets van 18 seconden en een paar tienden van seconden bezig ben.”
Vallen
Zijn vroegere jaren op de crossmotor hebben de Varssevelder wel gevormd. “Je leert het motorcross met vallen en opstaan. Van motorcrossen word je een echte sportman”, besluit Leneman.








