Trainer Stéven Verheijen van vv Gendringen. Foto: Roel Kleinpenning
Trainer Stéven Verheijen van vv Gendringen. Foto: Roel Kleinpenning foto Roel Kleinpenning

Trainer Verheijen ziet trainersvak veranderen

Sport

GENDRINGEN - Stéven Verheijen is trainer van vv Gendringen, maar heeft al een hele trainerscarrière achter zich. Hij begon bij FC Trias in Winterswijk, maar trainde ook DZC’68 (Doetinchem), Quick’20 (Oldenzaal) en Sportclub Silvolde. Met Verheijen kijken we naar de veranderingen op trainersgebied.  

Door Remko Alberink  

Stéven Verheijen is een trainer die ambitieus is, gek van voetbal en begeistert door het trainersvak, zonder daarbij het sociale aspect van zijn spelers en het team uit het oog te verliezen. Werd er vroeger nog wel eens gedacht dat trainers ‘even een training gaven’, tegenwoordig komt er veel meer bij kijken. Verheijen: “Tegenwoordig zijn alle trainers er elke dag mee bezig.”

Wetenschap
“Wat er onder meer veranderd is, is dat het training geven nu veel meer wetenschappelijk wordt benaderd. Ook is er veel meer aandacht voor de fysieke kant”, trapt Verheijen af. “Meten is weten luidt het credo en daarop worden trainingen tegenwoordig afgestemd.”
Bij FC Trias, zijn eerste club als hoofdtrainer, werkte Verheijen heel anders dan nu. “Ik weet nog dat ik een van de eerste trainers in de regio was die beelden van de wedstrijden opnam. Daar gebruikte ik een Go Pro-camera voor, tegenwoordig neemt iedereen de wedstrijd op om later terug te kunnen kijken.”

Problemen
In verschillende delen van Nederland benadert een trainer zijn team op een andere wijze. Verheijen: “De innovaties zijn natuurlijk overal hetzelfde, maar de maatschappelijke problemen komen ook onze kant op.”
De individualisering heeft immers ook in Oost-Nederland voeten aan de grond gekregen. “Als trainer zet ik in op teamontwikkeling en de ontwikkeling van spelers individueel.”
Voor Verheijen is de synergie tussen beide ontwikkelingen het belangrijkste. “Het is mooi dat een speler sneller wordt en tactisch gezien eerder naar binnen knijpt, maar het gaat om het rendement voor het team.”  

Team
Daarbij is geen team hetzelfde. “Bij Silvolde had ik een team met routiniers, die benader je anders dan teams met jonge jongens zoals ik die bij DZC’68 en FC Trias tegenkwam”, duidt de 42-jarige oefenmeester die zijn verblijf bij vv Gendringen met minimaal een seizoen heeft verlengd.
Als trainer heeft hij ook een ontwikkeling meegemaakt. “Voorheen werkte ik met een jaarplan, waarin alles beschreven stond. Dat doe ik nu nog wel, maar ik kijk nu ook met een iets andere bril. Namelijk dat ik ook kijk naar wat er goed en fout ging in de laatste wedstrijd. Als je wilt kun je dat wat flexibeler noemen inderdaad.”
Verheijen vervolgt: “Zo’n trainingsmethodiek volgen is heel mooi, maar je moet mensen ook fouten kunnen laten maken. Die maak ik ook. Als trainer geloof ik in de kracht van verbindend gezag.”
De eerste maanden bij een nieuwe club zijn daarvoor heel belangrijk. “Dan leer je iedereen kennen, is het veel luisteren. Het is sowieso belangrijk naar spelers te luisteren, eens een rondje om het veld lopen om te horen hoe het thuis gaat, op het werk of met de studie.”

Collega’s
De trainer uit Winterswijk heeft het naar zijn zin in Gendringen, zoveel is duidelijk. Van vele collega-trainers heeft hij wat opgestoken. “Op het menselijke vlak toch van mijn vader Frank Verheijen. Ik heb jaren onder hem getraind. Met Laurens Knippenborg heb ik vele gesprekken gevoerd. Het was heel waardevol om met hem te sparren. Maar zonder anderen tekort te doen, de trainer waar ik het meest van heb geleerd is trouwens Bart Logchies van de KNVB. Tijdens mijn cursus heb ik veel met hem samengewerkt.”

Kunstgras
In een veranderende wereld met kunstgras en natuurgrasvelden heeft dat ook invloed op de trainingsaanpak. “Je kunt wel op kunstgras trainen, maar als je dan zondags naar GSV’38 moet krijg je op natuurgras echt een heel andere wedstrijd”, stelt Verheijen. “Het grote voordeel van kunstgras is dat je praktisch altijd kunt trainen.”
Nadelen zijn er ook. “Kijk maar eens naar het aantal kruisbandblessures die op kunstgras ontstaan, dat is niet normaal.”
Over trainen gesproken, Verheijen wil daar nog wel wat over kwijt. “Het meest ideale om te trainen is in mijn ogen woensdag en vrijdag. Daarbij hou je rekening met het feit dat je zondags een wedstrijd hebt gespeeld. Ik snap dat donderdag vaak de clubavond is, en daarom moet je je als trainer ook aanpassen. Die avond is belangrijk in een club en in het genereren van inkomsten. Op zowel woensdag als donderdag trainen is geen optie, dus wordt het vaak dinsdag en donderdag. Dan moet ik soms een conditionele prikkel maar verwerken in de donderdag-training als dat dinsdags nog niet kan. Voetbal is ook het omgaan met veranderingen.”

Gematigd tevreden
Over het huidige voetbalseizoen is Verheijen gematigd tevreden. ,,Ik vind dat we een aantal punten meer hadden moeten hebben”, meent hij. “Maar als we erin blijven, hebben we het goed gedaan. Vergeet ook niet dat we de nodige blessures hebben gehad. In de toekomst zie ik Gendringen wel een uitschieter naar de tweede klasse maken.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant