Maarten Hijink: 'Dat wat niet bekend is, kun je in een roman zelf verzinnen'. Foto: Gerard Muhlradt
Maarten Hijink: 'Dat wat niet bekend is, kun je in een roman zelf verzinnen'. Foto: Gerard Muhlradt

Maarten Hijink over zijn historische roman Lichtval over de uit Bredevoort afkomstige Hendrickje Stoffels

Cultuur

VARSSEVELD - Vrijdag 17 oktober was de in Bredevoort geboren schrijver Maarten Hijink, op uitnodiging van boekhandel Rutgers, te gast in de Grote Kerk in Varsseveld. Hij werd geïnterviewd door Joyce de Schepper over zijn debuutroman ‘Lichtval’ waarin hij het leven beschrijft van de eveneens uit Bredevoort afkomstige Hendrickje Stoffels, minnares en muze van Rembrandt van Rijn.  

Door Ria Tuenter

Als De Schepper vraagt waar het idee voor zijn roman vandaan komt, vertelt Hijink dat hij al sinds 2009 met plannen voor een boek over Hendrickje Stoffels rondliep. “Ik had echter nooit tijd”, zegt hij. “Pas toen ik drie jaar geleden afscheid nam van de Tweede Kamer (Hijink was van 2017 tot 2023 kamerlid voor de SP, RT) kwam die ruimte er wel. Toen ben ik enthousiast aan de slag gegaan met alle informatie die ik in al die tussenliggende jaren over haar had verzameld.” 

Wat voor beeld heb je van haar willen maken?, vraagt De Schepper. “We kennen haar vooral als knap, lief en zachtaardig omdat Rembrandt haar zo portretteerde.  Ik ben me af gaan vragen of dit beeld wel klopt. Als je, zoals zij, als twintigjarige Bredevoort achter je laat om in Amsterdam als dienstbode voor Rembrandt te gaan werken, dan moet je toch wel een bepaalde eigenzinnigheid en een krachtige persoonlijkheid hebben. Ik ben tijdens het schrijven heel zintuigelijk te werk gegaan. Heb door haar ogen gekeken en me voorgesteld hoe zij de wereld heeft gezien.”

Ramp met de kruittoren
In de proloog vertelt Hendrickje haar verhaal aan haar nog ongeboren kind dat verwekt is door Rembrandt. Hoe ze - na de ontploffing van de kruittoren in 1646 - haar oude leven ontvlucht en in de wereld van de meester terechtkomt. Eerst in zijn huis. Toen in zijn bed. En uiteindelijk, ergens, ook in zijn hart.
“Ik denk dat de ramp met de kruittoren een allesbeslissend moment voor Hendrickje is geweest”, zegt Hijink. Het leven in Bredevoort was niet makkelijk voor haar. Haar vader en broer overleden en ook het kasteel waar zij destijds werkte in het gezin van de drost, was grotendeels weggevaagd. Alles viel weg. Haar moeder trouwde met de buurman en trok bij hem in. Ze had alleen zichzelf nog. Ik liet haar daarom samen met haar hartsvriendin naar Amsterdam vertrekken. Dat is fictie. We weten dat Rembrandt in haar leven is geweest, maar er zijn geen historische bronnen die vermelden hoe haar leven zich daar precies heeft afgespeeld. Dat wat niet bekend is, kun je in een roman zelf verzinnen. Het is echter niet ondenkbaar dat het zo is gegaan.”

Concurrerende liefdes
In de tijd dat Hendrickje als dienstbode voor Rembrandt werkt, wonen ook zoon Titus, zoon van zijn overleden vrouw Saskia van Uylenburgh, en zijn minnares annex kindermeisje Geertje Dircks in hetzelfde huis. “Als Rembrandt verliefd wordt op de twintig jaar jongere Hendrickje, ontstaat er een concurrentiestrijd tussen haar en Geertje. De strijd wordt zo fel dat Rembrandt Geertje voor gek laat verklaren en haar, met medewerking van Hendrickje, laat opnemen in het Spinhuis (een tuchthuis, RT) in Gouda.  

Uit de schaduw
Afgelopen zaterdag was het vierhonderd jaar geleden dat Hendrickje Stoffels ter wereld kwam. Toch hebben we voor de publicatie van Lichtval niet bewust rond dit tijdstip gekozen, zegt Hijink. “Het is inderdaad wel een mooie tijd om haar verhaal te delen, dat kan ik niet ontkennen. Ik wilde overigens Hendrickje niet per se neerzetten als één van de krachtigste vrouwen uit de geschiedenis. De discussie over de maatschappelijke positie van de vrouw bestond toen immers nog niet. Ik vond wel dat ik haar een sterke persoonlijkheid mocht geven. Ik wilde haar een gezicht geven, uit de schaduw van Rembrandt.”

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant