Afbeelding

Blij ei

Opinie

De herinnering gaat soms met me op de loop en wordt fantasie. Zo denk ik in mijn jongste jeugd regelmatig in optocht door de straten van de stad te hebben gelopen. Aangegaapt en uitgelachen door het publiek langs de kant en omringd door lotgenoten sjokte ik met een oranje pet op het hoofd of een lampion of palmpasenstok in de hand over straat. Religie speelde geen rol in ons gezin en in mijn opvoeding. Kerst was het feest van de boom en Pasen het feest van het ei. Aan de religieuze betekenis werd geen aandacht geschonken en op mijn school slechts terloops benoemd. In de bedehuizen kwamen we niet. Wel deed ik overal aan mee. Je mocht tenslotte niet uit de toon vallen.

Daarom had ik ook een palmpasenstok. Vader maakte de handen niet vuil, maar opa was handig en timmerde twee latten aan elkaar tot een kruis. Met moeder ging ik de stad in en we kochten de attributen voor de versiering. Een broodhaan, eitjes en pinda’s. Een mandarijn kwam van de schaal. Crèpepapier en slingers hadden we nog in de kast liggen. Het versieren was aangename voorpret. Dagen voor de optocht ging ik enthousiast met mijn uitbundige palmpasenstok de straat op en ik was niet de enige. De buurkinderen hadden ook allemaal hun best gedaan en we bewonderden onze stokken. De eerste eitjes werden van de stok gegeten. Ome Roelof fietste voorbij; “ Hé Mars, gaan jullie met de kippen op stok?” Hij schaterde het uit, reed tegen de stoeprand en viel van de fiets. “Net goed”, dacht ik en we renden met de stok in de hand de straat uit. Eitjes vielen op de grond. Elke avond moest het palmpasenkruis hersteld worden. 

Ontbijten was in ons gezin altijd haastige spoed. Doordeweeks stond moeder als eerste op, smeerde boterhammen voor mijn vader en mij. Het brood werd naar binnen geschrokt en we gingen op weg naar school en kantoor. Met Pasen was het anders. Toen ik beneden kwam was de tafel gedekt met een tafelkleed met afbeeldingen van paashaasjes en eieren. Moeder had een gezicht op een gekookt ei getekend en een blij ei keek me aan vanuit de eierdop. Moeder verstopte eitjes in alle hoeken. Op naar het hoogtepunt, de optocht. Op zondagmiddag ging het in de Kever naar het grote plein in het centrum. Daar stonden al honderden kinderen te wachten. Mijn ouders reden weg, want hadden helaas iets anders te doen. Ik herkende niemand en stelde mij aan de rand op. Het was een kakofonie van luidkeels gillende kinderen en harde muziek uit krakende luidsprekers. Vervolgens ging het chaotisch op weg. Moeizaam kwam de stoet in beweging. Begeleiders poogden orde in de rijen te scheppen. De jongen naast mij schopte per ongeluk tegen de hakken van zijn voorganger. Die viel met stok en al. Er werd massaal met stokken geslagen. Ik sloeg linksaf naar het huis van mijn grootouders. Kruis over Palmpasen.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant