Afbeelding

Gezelschapsspel

Opinie

Volgende week is de eerste Nationale Spellenweek. Gaat het om woorden spellen en de grammaticaregels? Spel je het nou met d of t? Moet iedereen verplicht een dictee schrijven? Is het een week lang het Groot Dictee der Nederlandse Taal? Nee, het gaat niet om taaloefeningen. Dan zou het spellingsweek moeten heten. Het gaat om gezelschapsspellen, zoals bijvoorbeeld bordspellen. In ieder huishouden liggen wel ergens dozen opgestapeld. Sommige worden al jaren niet meer aangeraakt en belanden uiteindelijk bij de kringloop. Het spelen met spellen wordt deze week gepropageerd. Voor promotie zien we een foto van een goed gestileerd gezelschap om de tafel met schalen chips en volle glazen vrolijk lachend gebogen rond een speelbord. Gezelligheid is troef, volgens de organisatoren. Vooral bij het kaartspel.

Heel vroeger waren wij een fanatieke kaartfamilie. Op zondagochtend kwamen ooms en tantes met neefjes en nichtjes op koffievisite bij opa en oma. Al snel werden de tafels ontruimd en kwamen de speelkaarten op tafel. De hele woonkamer werd bezet door groepjes kaarters. Zelfs om het kleine plantentafeltje zaten kinderen te kaarten, maar dat was moeilijk te zien door de laaghangende sigarettenrook. Door een spel krijg je zelfkennis en weet je ook hoe een ander in elkaar zit. Niet zelden liep de emotie hoog op en ontaardde het kaarten in verwensingen en hooglopende ruzie. “Zal ik jou eens schoppen, boer”. Ruiten trilden van het verbaal geweld. Eergevoel stond op het spel en beewijsdrang kwam boven. Dat was ook de reden dat er een tweespalt ontstond in onze familie en een deel niet meer op zondagmorgen op visite kwam. Het is nooit meer goed gekomen. De azen stonden met de stijfkoppen tegen elkaar. Volgens mijn huisgenote ben ik erfelijk belast en kan ik niet tegen mijn verlies. Ooit vlogen bij ons thuis de pionnen en dobbelstenen door de huiskamer. Monopoly wil ze met mij niet meer spelen nadat ik in mijn verontwaardiging in één keer alle huizen en hotels van het bord had geveegd. De drift om te winnen is sterk en dat begint al vroeg. Toen de leeftijd van het kleinkind nog op één hand was te tellen, betrapte ik er haar op dat ze, zo klein als ze was, opvallend sjoemelde om maar te winnen met ‘Poepie Knor’.

Om tot rust te komen kies ik de wijste weg en fiets een eind weg om te ontstressen. Ruimte genoeg in onze regio over goed onderhouden fietspaden. De horizon is ver weg. Ik kijk mijn ogen uit. Kilometers lang is in velden of wegen niets anders te zien dan weiland. Er is alleen gras en her en der een verdwaalde bomenrij. ‘Vol is vol’ schreeuwen personen, die tegen de komst van vluchtelingen in deze gemeente zijn. Dat valt nog wel mee als ik door Oude IJsselstreek fiets. Soms staat een wei vol met koeien. ‘Kuddegedrag’ is ook de naam van een populair gezelschapsspel.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant